Rechtspraak
Menlo Worldwide B.V./werkneemster
Feiten
Werkneemster is op 1 februari 2012 op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden van Menlo in de functie van marketing medewerker voor 40 uur per week. Op 8 juni 2017 heeft zij zich ziek gemeld. Verschillende bedrijfsartsen en een deskundige van het UWV hebben de ziekte van werkneemster beoordeeld. Bij brief van 18 september 2017 heeft Menlo werkneemster laten weten het loon op te schorten, totdat werkneemster zich beschikbaar stelt voor werk. Uiteindelijk heeft Menlo het loon alsnog betaald. Menlo verzoekt de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden op grond van (primair) een verstoorde arbeidsverhouding die zodanig is dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Werkneemster voert aan dat het ontbindingsverzoek moet worden afgewezen en heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend met betrekking tot de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het loon dat ten onrechte te laat is betaald en de kosten die zij heeft gemaakt.
Oordeel
Ziekte
Menlo wijst erop dat werkneemster zich kort na de gesprekken van 3 en 24 mei 2017 heeft ziekgemeld en dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat er sprake is van een arbeidsconflict. Dat er op het moment van ziekmelding op 8 juni 2017 reeds sprake was van een arbeidsconflict tussen partijen staat allerminst vast. Bedrijfsarts A concludeert in zijn rapport van 19 juni 2017 weliswaar dat de klachten van werkneemster het gevolg van een arbeidsconflict zijn en er geen medische problematiek aan ten grondslag ligt, maar die conclusie wordt door de verzekeringsarts van het UWV, de second opinion arts C alsmede de opvolgend bedrijfsarts B niet onderschreven. Al deze artsen hebben vastgesteld dat werkneemster wel degelijk als gevolg van medische problematiek/ziekte niet in staat is de bedongen werkzaamheden te verrichten. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat werkneemster op het moment van ziekmelding op 8 juni 2017 wel degelijk in verband met ziekte ongeschikt was tot het verrichten van arbeid.
Re-integratie
Wel staat vast dat vervolgens na de ziekmelding een arbeidsconflict is ontstaan tussen partijen. Dat conflict heeft, anders dan Menlo betoogt, wel degelijk verband met de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte van werkneemster. Zo heeft Menlo van werkneemster verlangd dat zij in een week twee dagen in Eindhoven en twee dagen in Maastricht zou gaan werken, hetgeen niet strookt met het deskundigenbericht van 31 juli 2017 waaruit blijkt dat werkneemster (wegens rugklachten) niet in staat is om drie keer per week 500 kilometer woon-werkverkeer af te leggen. Daar komt nog bij dat gesteld noch gebleken is dat Menlo pogingen heeft ondernomen om werkneemster in staat te stellen te re-integreren op een manier die niet strijdig is met voornoemd advies. Hieruit volgt dat de arbeidsovereenkomst met werkneemster niet kan worden ontbonden omdat het opzegverbod van artikel 7:670 BW daaraan in de weg staat.
Tegenverzoek
Menlo wordt veroordeeld tot betaling van de maximale wettelijke verhoging over het loon met betrekking tot de periode 18 september 2017 tot 27 oktober 2017. Ook zal Menlo worden veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over het loon met betrekking tot die periode vanaf de respectieve verzuimdata. De door werkneemster gevorderde kosten van Stichting Burn-out zijn niet toewijsbaar omdat niet gebleken is dat de kosten van € 544,50 gemaakt zijn met het oog op effectieve re-integratie. Wel wordt werkneemster een vergoeding van € 681,06 (inclusief btw) ter zake van kosten voor juridische bijstand toegekend die zij heeft moeten maken in het kader van de ten onrechte toegepaste loonopschorting.