Rechtspraak
Koba Beveiliging & Advies B.V./werknemerRechtbank Limburg, 4 juni 2018
Koba Beveiliging & Advies B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is op 7 juni 2010 bij Koba in dienst getreden in de functie van monteur. Koba is een bedrijf dat zich met name toelegt op beveiliging en levering van beveiligingsinstallaties en -adviezen. Partijen hebben daartoe op 7 april 2010 een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van zes maanden. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst is telkens stilzwijgend voortgezet en er is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. De functie van werknemer is op enig moment gewijzigd in hoofdmonteur. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. Sinds 1 april 2018 is werknemer werkzaam bij Instatec B.V., welke onderneming is gelegen op een afstand van 8 kilometer van Koba. Koba vordert naleving van het concurrentiebeding. Werknemer voert verweer en verzoekt schorsing van het concurrentiebeding.
Oordeel
Concurrentiebeding hoeft niet opnieuw te worden overeengekomen
De onderhavige arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dateert van 2010, zodat de nieuwe wettelijke regel bij contracten voor bepaalde tijd daarop niet van toepassing is. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft, gelet op de stilzwijgende verlenging, voortzetting van de arbeidsovereenkomst plaatsgevonden op grond van de eerder overeengekomen arbeidsvoorwaarden en heeft het bij de eerste arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding zijn geldigheid behouden (vgl. o.a. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 7 juni 2011, JAR 2011/206). Aannemelijk is geworden dat de functie van hoofdmonteur een aantal extra taken en verantwoordelijkheden kende maar niet is gebleken van een dusdanige verzwaring c.q. uitbreiding van taken dat er gesproken kan worden van een ingrijpende functiewijziging. Het merendeel van de door werknemer te verrichten werkzaamheden kwam immers overeen met de werkzaamheden van de ‘gewone’ monteurs. Het concurrentiebeding had niet op enig moment in de carrière van werknemer opnieuw moeten worden afgesloten.
Belangenafweging
De kantonrechter stelt voorop dat het onderhavige concurrentiebeding werknemer in aanzienlijke mate beperkt om elders zijn werkzaamheden te verrichten. Feitelijk betreft het een wereldwijd verbod om gedurende één jaar dezelfde werkzaamheden te verrichten als door Koba worden verricht. Een dergelijk verstrekkend verbod dient geen enkel redelijk doel. Anderzijds geeft werknemer zelf aan dat een aantal klanten van Koba recent naar Instatec B.V. is vertrokken, dat hij goede relaties met de klanten van Koba onderhoudt en dat hij ook niet kan uitsluiten dat nog meer klanten van Koba de weg naar Instatec B.V. zullen weten te vinden. Onder die omstandigheid is het begrijpelijk dat Koba haar bedrijfsdebiet probeert te beschermen door te verbieden dat werknemer naar Instatec B.V. vertrekt. Het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst in die zin dat het slechts geldt voor een gebied met een straal van 60 kilometer, met als middelpunt de vestiging van Koba in Nieuwstadt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de duur van één jaar na beëindiging van het dienstverband bij Koba te beperken.
Relatiebeding
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat hij ook kennis genomen heeft van de subsidiaire vordering van Koba, inhoudende dat werknemer aan een relatiebeding gehouden zal zijn. Een relatiebeding is echter van een andere strekking dan het door partijen overeengekomen concurrentiebeding. De bevoegdheid een concurrentiebeding (deels) te schorsen heeft niet tot gevolg dat dan een relatiebeding zou kunnen ontstaan. De mogelijkheid om een geheel nieuw beding in de overeenkomst tussen partijen te incorporeren heeft de kantonrechter niet. Het is overigens goed voorstelbaar dat een relatiebeding uiteindelijk beter tegemoet komt aan de wensen van beide partijen maar dan zullen zij dat zelf (alsnog) moeten overeenkomen.