Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Mabeco IJmond B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 16 februari 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:3806

werknemer/Mabeco IJmond B.V.

Bewijsopdracht. Werkgever wordt toegelaten tot het leveren van schriftelijk bewijs dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel verduistering. Werknemer wordt toegelaten tot het leveren van schriftelijk bewijs dat sprake is van opvolgend werkgeverschap.

Feiten

Werknemer is op 1 mei 1987 (standpunt werknemer) dan wel op 1 augustus 2001 (standpunt Mabeco) in dienst getreden bij Mabeco. De laatste functie die werknemer vervulde, is die van montageleider. Werknemer was vier à vijf dagen per week werkzaam op het terrein van Tata Steel. Bij brief van 30 oktober 2017 is werknemer door Mabeco op staande voet ontslagen, omdat werknemer zich schuldig zou hebben gemaakt aan diefstal, althans verduistering. Werknemer verzoekt – nadat hij ter zitting te kennen heeft gegeven zich neer te leggen bij de onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst – om ten laste van Mabeco een billijke vergoeding toe te kennen, op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Oordeel

Het gaat in deze zaak om de vraag of aan werknemer een billijke vergoeding moet worden toegekend. Daarnaast is aan de orde de vraag of Mabeco moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Mabeco stelt zich op het standpunt dat sprake is van een dringende reden omdat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, althans verduistering. Mabeco heeft ter onderbouwing van haar stelling verwezen naar de brief van 25 oktober 2017 die zij van Tata Steel heeft ontvangen. Tata Steel heeft haar rechercheteam een onderzoek laten uitvoeren en daaruit is de conclusie gevolgd dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, althans verduistering. Werknemer heeft gemotiveerd betwist dat hiervan sprake is. De kantonrechter overweegt dat hetgeen door het rechercheteam van Tata Steel is onderzocht en hetgeen uit dit onderzoek is gebleken – wegens ontbreken van enige stukken aangaande dit onderzoek – niet kan worden vastgesteld, terwijl Mabeco haar stelling dat sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet baseert op de conclusie zoals deze is gevolgd uit het door Tata Steel uitgevoerde onderzoek. De kantonrechter acht het bewijs dat sprake is van een dringende reden (voorshands) niet geleverd, nu werknemer de gegeven dringende reden gemotiveerd betwist. Omdat de aard van de procedure zich niet verzet tegen toepasselijkheid van het bewijsrecht als geregeld in de artikelen 149 tot en met 207 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en het bewijsrecht uit de dagvaardingsprocedure op grond van artikel 284 Rv van overeenkomstige toepassing is op de verzoekschriftprocedure, zal, ten behoeve van de waarheidsvinding, Mabeco overeenkomstig haar bewijsaanbod, worden toegelaten tot het leveren van schriftelijk bewijs dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel verduistering. Tevens zal werknemer, overeenkomstig zijn bewijsaanbod, worden toegelaten tot het leveren van nader schriftelijk bewijs, dat sprake is van opvolgend werkgeverschap. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.