Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 december 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:10873
werknemer/Seebregts & Saey Strafrechtadvocaten B.V.
Feiten
Werknemer is op 16 juli 2015 op staande voet door Seebregts ontslagen, waarna partijen in onderhavige procedure zijn verwikkeld. In conventie maakt werknemer onder meer aanspraak op salaris. Seebregts vordert onder meer vergoeding van meegenomen zaken en ontvangen gelden. Op 31 maart 2017 is een tussenvonnis gewezen.
Oordeel
In conventie
Tussen partijen is niet in het geding dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 16 juli 2015 rechtsgeldig is geëindigd. Blijkens de arbeidsovereenkomst hebben partijen afgesproken dat wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt, werknemer gehouden is om een vergoeding per meegenomen zaak aan Seebregts te betalen. Werknemer mag die belangen blijven behartigen, maar daarvoor is hij wel een vergoeding aan zijn (ex-)werkgever verschuldigd. Dit betekent dat er geen grond is om dit beding te vernietigen, zodat ook deze door werknemer gevorderde verklaring voor recht niet voor toewijzing vatbaar is. Ter comparitie van partijen heeft werknemer aangegeven dat hij een bedrag van € 195,68 aan daadwerkelijk gemaakte reiskosten vordert. Seebregts heeft ter zitting aangegeven dat zij bereid is tot uitbetaling over te gaan, indien werknemer daarvan een nota overlegt. Werknemer heeft echter verzuimd een nota in het geding te brengen. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. Ten aanzien van het salaris over de periode 1 tot en met 16 juli 2015 heeft Seebregts erkend dat zij dit aan werknemer is verschuldigd. Seebregts stelt echter dit brutosalaris verrekend te hebben met haar aanspraak op de vergoeding op basis van het beding. Dit onderdeel zal hierna in reconventie worden beoordeeld.
In reconventie
Seebregts is uitgegaan van 35,2 niet opgenomen vakantiedagen. Werknemer is uitgegaan van 98,50 niet opgenomen vakantiedagen. Werknemer verwijst daarbij naar de opgave die mevrouw Van Rest namens Seebregts via een e-mailbericht van 5 juni 2015 heeft gedaan. Seebregts heeft aangevoerd dat mevrouw Van Rest niet wist van een vervaltermijn en dat er daarom niet mag worden uitgegaan van haar opgave. De kantonrechter volgt het standpunt van Seebregts niet. Derhalve zal worden uitgegaan van 98,50 openstaande dagen. Seebregts stelt zich op het standpunt dat werknemer in de periode van ontslag tot eind maart 2016 in totaal 128 lopende dossiers heeft meegenomen. Op grond van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst is werknemer dan een bedrag van primair € 139.959 aan Seebregts verschuldigd. Werknemer betwist dat hij 128 lopende dossiers heeft meegenomen. Er is door hem informatie ten aanzien van 52 zaken verstrekt. Bij akte van 18 juli 2017 heeft Seebregts ter ondersteuning van haar standpunt een lijst van meegenomen zaken overgelegd. In deze lijst ontbreken echter de data, zodat niet kan worden nagegaan of er sprake was een lopende zaak op het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd. Bovendien staan in de lijst namen opgenomen die meerdere keren voorkomen. Aan Seebregts zal derhalve de gelegenheid worden geboden ter gelegenheid van de hierna te bepalen comparitie van partijen om de lijst nader toe te lichten en te onderbouwen. De eiswijziging van Seebregts komt er tot slot op neer dat deze geen wijziging of aanvulling van de grondslag van de vordering is, maar een geheel nieuwe eis op basis van geheel andere gestelde normschending(en). Door pas na de comparitie van partijen en na een gewezen tussenvonnis, waarin deze vorderingen niet eerder ter sprake zijn gebracht en besproken, de eis te wijzigen wordt werknemer onredelijk bemoeilijkt in de mogelijkheid om verweer te voeren. De eiswijziging is echter het gevolg van werknemer zelf die heeft nagelaten de door Seebregts verzochte informatie over te leggen. Gegeven deze omstandigheden acht de kantonrechter het gewenst om in het kader van hoor en wederhoor de gewijzigde vordering van Seebregts alsnog te bespreken. De voortzetting van de comparitie van partijen zal tevens worden benut voor het beproeven van een minnelijke regeling. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.