Naar boven ↑

Rechtspraak

Petronas Lubricants Italy SpA/Livio Guida
Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 juni 2018
ECLI:EU:C:2018:478

Petronas Lubricants Italy SpA/Livio Guida

Tegenvordering ex artikel 20 EEX-Vo middels cessie derde aan werkgever gesloten ná de instelling van die oorspronkelijke vordering toegestaan.

Feiten

Guida is in 1982 door PL Italy in dienst genomen en in 1996 gedetacheerd bij de Poolse verbonden onderneming Petronas Lubricants Poland sp. z o.o. (hierna: PL Poland), die 100% eigendom is van PL Italy en waar hij de functie van algemeen directeur heeft uitgeoefend, sinds 1998 onder de benaming manager. Bij twee brieven, van 17 en 29 april 2014, zijn Guida meerdere tuchtrechtelijke verwijten meegedeeld. Hem is met name verweten dat hij van PL Poland meerdere keren vergoeding had gevraagd en gekregen van de kosten van gestelde zakenreizen in periodes waarin hij in werkelijkheid met vakantie was, dat hij PL Italy had misleid met betrekking tot de betaling van bedragen teneinde de nettowaarde van het in Poolse zloty ontvangen salaris voor de jaren 2012 en 2013 te garanderen, door haar een wisselkoers tussen de Poolse zloty en de euro mee te delen die voor hem gunstiger was dan de officiële wisselkoers, en dat hij ten onrechte van PL Poland jaarlijks een vergoeding had gekregen voor ongebruikte vakantiedagen tussen de jaren 2008 en 2014. Bij brief van 28 mei 2014 is Guida door PL Italy om een gestelde geldige reden ontslagen. Op 5 december 2014 heeft PL Italy aan de procedure voor die rechter deelgenomen en heeft zij verzocht de vorderingen van Guida af te wijzen. Bij wijze van tegenvordering heeft deze vennootschap veroordeling gevorderd van Guida tot terugbetaling van het bedrag van 143.816,29 euro dat hij ten onrechte had ontvangen als vergoeding voor reiskosten en niet-opgenomen verlofdagen en wegens de toepassing van een onjuiste wisselkoers tussen de Poolse zloty en de euro, waarbij zij preciseerde dat PL Poland haar schuldvorderingen bij akte van 3 december 2014 aan haar had overgedragen. Guida heeft aangevoerd dat de Italiaanse rechter op grond van artikel 20, leden 1 en 2, en artikel 6, punt 3, van Verordening (EG) nr. 44/2001 niet bevoegd was om de door PL Italy ingestelde tegenvordering te behandelen.

Oordeel

Het Hof van Justitie EU oordeelt als volgt.

Tegenvordering middels cessie derde aan werkgever toegestaan

Met zijn prejudiciële vragen, die samen dienen te worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 20 lid 2 van Verordening (EG) nr. 44/2001 aldus moet worden uitgelegd dat het de werkgever het recht geeft om bij de rechter bij wie de door een werknemer ingestelde oorspronkelijke vordering regelmatig aanhangig is gemaakt, een tegenvordering in te stellen die is gebaseerd op een overeenkomst tot cessie van een schuldvordering die tussen de werkgever en de oorspronkelijke houder van de schuldvordering is gesloten ná de instelling van die oorspronkelijke vordering. Wat het begrip 'tegenvordering' betreft, dat in artikel 20 lid 2 van Verordening (EG) nr. 44/2001 niet is omschreven, dient het begrip 'tegenvordering' in artikel 6, punt 3, van Verordening (EG) nr. 44/2001, zoals uitgelegd door het Hof, in aanmerking te worden genomen. Uit de rechtspraak van het Hof blijkt immers dat de bijzondere bevoegdheidsregel voor de tegenvordering om redenen van goede rechtsbedeling partijen in staat stelt al hun wederzijdse vorderingen die een gemeenschappelijke grondslag hebben in één en dezelfde procedure en voor dezelfde rechter aanhangig te maken. Zo worden overbodige en meervoudige procedures vermeden (HvJ EU 12 oktober 2016, C-185/15, Kostanjevec, ECLI:EU:C:2016:763, punt 37). Een dergelijke gemeenschappelijke grondslag voor de oorspronkelijke vordering en de tegenvordering kan voortvloeien uit een overeenkomst of, zoals de advocaat-generaal in punt 42 van zijn conclusie heeft opgemerkt, uit een feitelijke situatie als die welke in het hoofdgeding aan de orde is. In dat verband zij eraan herinnerd dat Guida met PL Italy, die 100 % eigenaar is van PL Poland, een arbeidsovereenkomst had gesloten vooraleer een 'parallelle' specifieke arbeidsovereenkomst met PL Poland te sluiten, waarop PL Italy haar tegenvordering baseert. Ook al betreft de door Guida ingestelde procedure de oorspronkelijke overeenkomst, het ontslag van Guida door PL Italy, dat Guida in die procedure betwist, is gegrond op dezelfde feiten als die waarop de door PL Italy ingestelde tegenvordering is gebaseerd. Bijgevolg moet worden geoordeeld dat de wederzijdse vorderingen van Guida en PL Italy op een gemeenschappelijke grondslag berustenen dat de rechtbank waar de oorspronkelijke vordering aanhangig is, daarom bevoegd is om de tegenvordering te behandelen. Aangezien de rechtbank waar de door de werknemer ingestelde oorspronkelijke vordering aanhangig is, niet op voorhand bekend is bij de werkgever, is het ten slotte niet relevant dat de werkgever de schuldvorderingen waarop de tegenvordering is gegrond, pas ná de aanhangigmaking bij die rechtbank heeft verworven.