Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Peinemann Hoogwerksystemen B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 april 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:5470

werknemer/Peinemann Hoogwerksystemen B.V.

Dat dieplader-chauffeur arbeidsongeval niet direct heeft gemeld en dat er geen getuigen zijn geweest, is onvoldoende om aan te nemen dat het ongeval niet heeft plaatsgevonden. Geen toepassing arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Benoeming deskundige.

Feiten

Werknemer is van 30 november 1998 tot 31 mei 2012 werkzaam geweest bij Peinemann in de functie van dieplader-chauffeur. Tot zijn werkzaamheden behoorden het vervoer van hoogwerkers naar de locatie en het laden en lossen van de hoogwerkers. Op 2 juni 2010 moest werknemer twee verreikers ophalen in Made en vervoeren naar Hoogvliet. Het vervoer vond plaats op een dieplader. Na dit transport heeft werknemer in Rotterdam nog een hoogwerker verzet. Vervolgens kreeg werknemer van de planner opdracht om nog een extra transport uit te voeren. Werknemer heeft dat geweigerd. De planner hield werknemer voor dat dit opgevat zou kunnen worden als werkweigering. Daarop reageerde werknemer met de opmerking 'Dan ontsla je me maar, ik meld mij nu ziek'. Werknemer is vervolgens in de vrachtwagen gestapt en weggereden. Werknemer heeft vanwege dit incident een officiële waarschuwing gekregen. Werknemer verzoekt voor recht te verklaren dat Peinemann aansprakelijk is voor het hem in de uitoefening van de werkzaamheden overkomen ongeval op 2 juni 2010 en dat de klachten en beperkingen in causaal verband staan tot het ongeval dan wel de uitvoering van rugbelastende werkzaamheden. Volgens werknemer is Peinemann tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht.

Oordeel

Ongeval

Gelet op de door werknemer gestelde feiten en omstandigheden en de onvoldoende gemotiveerde betwisting hiervan door Peinemann, staat voldoende vast dat werknemer op 2 juni 2010 een bedrijfsongeval heeft gehad. Het enkele feit dat werknemer het ongeval niet direct heeft gemeld en dat er geen getuigen zijn geweest, is onvoldoende om aan te nemen dat het ongeval niet heeft plaatsgevonden. Werknemer heeft onweersproken gesteld dat hij het ongeval de volgende dag telefonisch heeft gemeld en nadien op 8 juni ook schriftelijk, waarbij hij aangaf het na terugkeer van diens vakantie ook aan de HSQE-manager te zullen melden. Dat is gebeurd op 21 juli 2010. In het naar aanleiding daarvan opgestelde gespreksverslag is – na uitvoering van een simulatie – geconcludeerd dat werknemer de lepel niet ver genoeg naar achteren heeft gekanteld en niet heeft vastgezet. Volgens werknemer ontbraken de borgpennen. Hierdoor bleek het mogelijk dat de lepel voorover kon kantelen. Uit dit verslag volgt niet dat het ongeval niet kan hebben plaatsgevonden of dat de door werknemer gestelde toedracht onaannemelijk is.

Stelplicht en bewijslast

Uit de medische rapporten blijkt dat de deskundigen het erover eens zijn dat het ongeval geen traumatisch letsel heeft veroorzaakt. Dat neemt niet weg dat, zoals werknemer stelt, Peinemann in beginsel volgens vaste rechtspraak ook aansprakelijk kan zijn indien zich door het ongeval pre-existente rugklachten hebben geopenbaard. Volgens het uitgangspunt van artikel 7:658 BW zal werknemer moeten stellen en zo nodig bewijzen dat deze rugklachten zijn opgelopen in de werkzaamheden. Uit de stellingen van werknemer begrijpt de kantonrechter evenwel dat werknemer een beroep doet op toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel, waardoor wordt vermoed dat er een verband bestaat tussen de gezondheidsschade en de werkzaamheden. Nu Peinemann de door werknemer gestelde tilwerkzaamheden niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft betwist en evenmin heeft weersproken dat dit een overschrijding oplevert van de maximale tilnorm van 23 kilo op basis van de NIOSH-formule, heeft werknemer voorshands aannemelijk gemaakt dat hij tijdens zijn werkzaamheden is blootgesteld aan risico’s voor de gezondheid. Aan de eerste voorwaarde voor toepassing van de omkeringsregel heeft werknemer dus voldaan. Peinemann heeft gesteld dat de rugklachten van werknemer een multicausale oorzaak kunnen hebben. Peinemann wijst erop dat de klachten niet zijn veroorzaakt in de uitoefening van de werkzaamheden maar dat het slijtageklachten/degeneratieve afwijkingen betreft die passen bij de leeftijd van werknemer (53 jaar ten tijde van het ongeval). Het medisch advies waar werknemer zich op beroept en waarin wordt geconcludeerd dat de rugklachten hoogstwaarschijnlijk worden veroorzaakt door de door werknemer verrichte werkzaamheden bij Peinemann, legt onvoldoende gewicht in de schaal voor het aannemen van een verband tussen de werkzaamheden en de klachten van werknemer. Het verband tussen de rugklachten van werknemer en het ongeval dan wel de rugbelastende werkzaamheden is vooralsnog te onzeker of te onbepaald om het vermoeden aan te nemen dat de klachten van werknemer hierdoor zijn veroorzaakt. Het beroep op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel kan daarom op dit moment (nog) niet slagen.

Benoeming deskundige

Het komt de kantonrechter geraden voor één (of meer) deskundige(n) te benoemen om een onafhankelijk (medisch) deskundig oordeel te vragen over de vraag of de door werknemer gestelde klachten zijn veroorzaakt door het ongeval dan wel de door hem verrichte werkzaamheden bij Peinemann, dan wel hoe waarschijnlijk dat is. Partijen krijgen de gelegenheid zich hierover uit te laten.