Naar boven ↑

Rechtspraak

All Media Banking B.V./werkneemster
Rechtbank Noord-Holland, 28 mei 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:5340

All Media Banking B.V./werkneemster

Werkneemster wordt veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding. Een beroep op de vervaltermijn ex artikel 7:686a BW en onduidelijkheden in het petitum faalt.

Feiten

Werkneemster is op 1 maart 2011 in dienst getreden bij All Media Banking B.V. (hierna: AMB). De laatste functie die werkneemster vervulde, is die van financieel administratief medewerker waarbij zij onder meer verantwoordelijk was voor de administratie en facturatie bij AMB. Vanaf het tweede kwartaal van 2016 is werkneemster tevens verantwoordelijk geworden voor de financiële administratie en facturatie van Allshare Holding B.V. (hierna: Allshare). Vanaf 1 januari 2017 is zij ook verantwoordelijk voor de financiële administratie en facturatie van Allshare Finance B.V. (hierna: Allshare Finance). Op 12 oktober 2017 is werkneemster op staande voet ontslagen. De reden voor het ontslag is gelegen in de omstandigheid dat zij op diverse momenten declaraties (ad € 268.000) op naam van AMB, Allshare en Allshare Finance naar haar eigen (dan wel aan haar gelieerde) bankrekeningen heeft overgemaakt. Werkneemster berust in het gegeven ontslag op staande voet. AMB verzoekt de kantonrechter werkneemster te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding.

Oordeel

Vervaltermijn ex artikel 7:686a lid 4 BW

Werkneemster voert aan dat de vervaltermijn voor indiening van een verzoekschrift ex artikel 7:677 BW (op 4 januari 2018) is verstreken, zodat het recht van AMB op een gefixeerde schadevergoeding is komen te vervallen. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Het procesinleidend stuk is namelijk op 27 oktober 2017 ingediend. Hier komt bij dat AMB van de mogelijkheid van de spoorwissel gebruik heeft gemaakt. De termijn om zich hierover uit te laten, betrof een roldatum. De kantonrechter oordeelt dat een roldatum niet als vervaltermijn kan worden aangemerkt. De conclusie luidt derhalve dat het verzoek op 27 oktober 2017 is ingediend en derhalve kan worden behandeld.

Onduidelijkheden in het petitum

Daarnaast voert werkneemster aan dat het verzoek van AMB niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat in het petitum 'conform artikel 7:677 lid 2 jo. lid 3 BW' een bedrag uit hoofde van onregelmatige opzegging is gevorderd. De kantonrechter is van oordeel dat ook dit verweer niet kan slagen. Uit de bewoordingen van de dagvaarding is voldoende gebleken dat AMB haar verzoek om een gefixeerde schadevergoeding op artikel 7:672 lid 10 BW heeft gebaseerd. Het (oneigenlijk) gebruik van de bewoordingen ‘onregelmatige opzegging’ kan dus niet aan haar worden tegengeworpen. Verder is ook niet gebleken dat werkneemster door deze toevoeging in het petitum in haar verweer is geschaad.

Ontslag op staande voet

Werkneemster stelt ook dat AMB in de dagvaarding onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat het ontslag op staande voet door opzet of schuld zou zijn ontstaan, zodat het verzoek om een gefixeerde schadevergoeding om die reden niet toewijsbaar is. De kantonrechter verwerpt deze stelling. In de dagvaarding staat namelijk uitvoerig omschreven welk onderzoek naar de overboekingen van werkneemster is verricht, terwijl daaraan geen verplichting ten grondslag ligt. Verder is van belang dat werkneemster in het ontslag op staande voet heeft berust. Het lag dan ook op de weg van werkneemster om vervolgens met een gemotiveerde betwisting van de gestelde feiten en omstandigheden te komen, maar dit is niet gebeurd. Naar het oordeel van de kantonrechter is aldus voldoende komen te vast te staan dat werkneemster AMB door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Werkneemster is als gevolg daarvan een gefixeerde schadevergoeding aan AMB verschuldigd. Het verzoek tot toekenning daarvan wordt dan ook toegewezen.

Transitievergoeding

Voorts heeft werkneemster een beroep gedaan op compensatie met de aan haar toekomende transitievergoeding. De kantonrechter overweegt evenwel dat werkneemster geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om binnen de daarvoor geldende vervaltermijn een verzoek tot toekenning van een transitievergoeding in te dienen. AMB is dan ook geen transitievergoeding aan werkneemster verschuldigd.