Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Achmea Schadeverzekeringen N.V. c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 1 augustus 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:7395

werkneemster/Achmea Schadeverzekeringen N.V. c.s.

De zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW strekt zich ook uit over een trap en trappenhuis in een door werkgever gehuurd kantoorpand.

Feiten

Werkneemster is op onbekende datum bij Robidus Adviesgroep B.V. (hierna: Robidus) in dienst getreden in de functie van ‘manager business control’. Op 4 november 2014 heeft werkneemster schade geleden, nadat zij in het trappenhuis van een door Robidus gehuurd kantoorpand ten val is gekomen. Werkneemster liep, onder werktijd, via het trappenhuis van de zeventiende naar de zestiende etage. De trap die beide etages met elkaar verbindt, bestaat uit twee trappen met een bordes. Werkneemster heeft verklaard dat zij op het bordes is uitgegleden en van de tweede trap naar beneden is gevallen. Als gevolg van de val is werkneemster met haar hoofd tegen een betonnen muur geslagen, waardoor zij hersenletsel heeft opgelopen. Op 12 september 2017 is Robidus aansprakelijk gesteld voor de door werkneemster geleden schade. Vervolgens is de aansprakelijkstelling doorgestuurd naar Achmea Schadeverzekeringen N.V. (hierna: Achmea). Laatstgenoemde voert aan dat het risico van traplopen een algemeen bekend risico is, dat niet specifiek met de werksituatie heeft te maken. Daarnaast voert Achmea aan dat traplopen een alledaagse bezigheid is en dat de trap veilig is en aan de daaraan te stellen voldoet. Op Robidus rust dan ook geen waarschuwings- of instructieplicht ten aanzien van het gebruik van de trap. Werkneemster verzoekt de kantonrechter, in een deelgeschilprocedure, bij beschikking vast te stellen dat sprake is van een op Robidus rustende zorgplicht jegens werkneemster ten aanzien van het gebruik van de trap.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt met in achtneming van het bepaalde in artikel 7:658 lid 1 en 2 BW als volgt.

Zorgplicht ten aanzien van het gebruik van de trap

In het rapport van Raasveld Expertise is vermeld dat het trappenhuis alleen voor werknemers met een sleutel (hierna: druppel) toegankelijk is. Vast is komen te staan dat de druppels aan het personeel van Robidus – onder wie werkneemster – ter beschikking zijn gesteld, zodat ervan kan worden uitgegaan dat Robidus in ieder geval ermee heeft ingestemd dat haar werknemers van de trap gebruik (kunnen) maken. Ook staat vast dat Robidus op de achttiende verdieping van het kantoor is gevestigd en dat medewerkers doorgaans daadwerkelijk van de trap gebruikmaken om tussen de zestiende en zeventiende verdieping heen en weer te gaan. Dit wordt ook niet door Robidus betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter rechtvaardigen deze omstandigheden de conclusie dat de op Robidus rustende zorgplicht zich tevens uitstrekt over de trap en het trappenhuis tussen de zestiende en zeventien verdieping in het kantoorpand. Dat traplopen een alledaagse gebeurtenis is, doet hieraan niet af. Het verzoek van werkneemster wordt op dit punt toegewezen.

Heeft Robidus de zorgplicht geschonden?

Nu vast is komen te staan dat werkneemster een arbeidsongeval is overkomen en schade heeft opgelopen in de uitoefening van haar werkzaamheden, is de aansprakelijkheid van Robidus in beginsel gegeven. Het is vervolgens aan Robidus om aan te tonen dat zij haar zorgplicht is nagekomen (art. 7:658 lid 2 BW). De kantonrechter is evenwel van oordeel dat de beoordeling van de (schending van de) zorgplicht het bestek van de deelgeschilprocedure te buiten gaat. Hierbij is bovendien van belang dat in de processtukken wordt opgemerkt dat werkneemster op de trap is uitgegleden, terwijl zij op zitting heeft verklaard op het bordes te zijn uitgegleden. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.