Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 13 september 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:8709
werknemer/Makura B.V.
Feiten
Werknemer is vanaf 1 april 2018 in dienst van Makura B.V. in de functie van technisch medewerker. Op 15 mei 2018 krijgt werknemer te horen dat zijn arbeidsovereenkomst per 31 mei 2018 wordt beëindigd. Makura doet hierbij een beroep op de ‘wettelijk bepaalde proeftijd van 2 maanden’. Partijen zijn geen proeftijd overeengekomen. Makura heeft vanaf mei 2018 geen loon betaald. Werknemer vordert vernietiging van de opzegging en veroordeling van Makura tot betaling van loon over de maanden mei, juni en juli 2018.
Oordeel
Makura is niet ter zitting verschenen. Nu partijen geen proeftijd zijn overeengekomen komt de loonvordering van werknemer niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt deze toegewezen. Ook vernietigt de kantonrechter de per 31 mei 2018 door Makura gedane opzegging.