Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 5 oktober 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:8627
werkneemster/Euromast Horeca B.V.
Feiten
De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 29 december 2017. Daarin is een deskundigenonderzoek bevolen teneinde een oordeel te kunnen vormen over de vraag of sprake is van een causaal verband tussen de medische klachten en arbeidsongeschiktheid van werkneemster en de door haar verrichte werkzaamheden c.q. de -omstandigheden bij werkgeefster. De deskundige is in het bijzonder de opdracht gegeven te onderzoeken of de medische klachten het gevolg zijn geweest van voornoemde werkzaamheden c.q. -omstandigheden of het gevolg van onder andere operaties in het kader van een carpaal tunnelsyndroom en een hernia.
Oordeel
Het deskundigenrapport is gebaseerd op een uitvoerig medisch onderzoek en voorzien van een uitgebreide en nauwkeurige (medische) onderbouwing en getuigt naar het oordeel van de kantonrechter bovendien van een grote mate van professionaliteit. Gelet hierop zal de kantonrechter de conclusies van de deskundige volgen. Dit betekent dat weliswaar de mogelijkheid bestaat dat het werk dat werkneemster voor werkgeefster heeft uitgevoerd als een (pijn)provocerende factor van haar medische klachten kan worden aangemerkt en dat (een deel van) die klachten mogelijk gestimuleerd zijn door die werkzaamheden, maar dat niet kan worden gezegd dat dat werk als de (hoofd)oorzaak van de klachten heeft te gelden. Daaraan liggen ook diverse andere factoren ten grondslag. Het is dan ook net zo goed mogelijk dat de klachten van werkneemster en de ontwikkeling daarvan, hoe vervelend ook voor haar, ook zonder de lichamelijke werkbelasting bij werkgeefster zouden zijn ontstaan. Het voorgaande leidt ertoe dat in rechte niet is komen vast te staan dat er sprake is van een (voldoende) causaal verband tussen de hand-, pols- en rugklachten van werkneemster en de klachten aan haar nek, schouder en been en de door haar langdurig verrichte schoonmaakwerkzaamheden voor werkgeefster. Gelet hierop, hetgeen reeds is overwogen in het tussenvonnis van 6 oktober 2017 en alle overige feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, moet geconcludeerd worden dat het aan werkneemster gegeven ontslag per 1 november 2015, waarbij werkgeefster een belang had gezien de op dat moment twee jaar durende arbeidsongeschiktheid van werkneemster, niet in strijd is met het goed werkgeverschap. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag.