Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 26 november 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:11089
CNV en FNV/gemeente Maastricht en Bedrijfsuitvoeringsorganisatie Shared Service Center
Feiten
De gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen besluiten tot samenvoeging van hun bedrijfsvoeringstaken in de vorm van het aangaan van de Gemeenschappelijke Regeling Shared Sevice Center Zuid-Limburg (hierna: SSC-ZL). De gemeenten besluiten hiertoe tot de instelling van een commissie (hierna: de commissie) voor bijzonder georganiseerd overleg (hierna: BGO). Daarbij wordt de Regeling Commissie voor Bijzonder Georganiseerd Overleg SSC-ZL (hierna: BGO-regeling) vastgesteld. Op grond van de BGO-regeling dienen de partijen, nadat in de commissie een onderhandelingsresultaat is bereikt, dit onderhandelingsresultaat voor te leggen aan de achterbannen. In de gemeente Maastricht bestaat tevens een commissie voor georganiseerd overleg (hierna: GO) op grond van de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Maastricht (hierna: AGM). In de vergadering van het BGO van 21 juni 2017 wordt besloten dat een onderhandelingsresultaat is bereikt over de inhoud van het Afsprakenkader en de Overgangsregeling, dat zal worden voorgelegd aan de achterban, maar pas als binnen het GO van de gemeenten afzonderlijk overeenstemming zou zijn bereikt over de sociaal plannen. Op 2 februari 2018 vindt een GO-verleg plaats. In het verslag van dat overleg hebben de werknemersdelegatie aan hervatting van het GO-overleg drie voorwaarden gesteld. Met betrekking tot het concept-sociaal plan wordt in het GO-overleg van 2 februari 2018 afgesproken dat er overeenstemming is bereikt als twee punten worden toegevoegd. Ten aanzien van deze punten bericht de burgemeester van Maastricht dat hierover geen afspraken zullen worden gemaakt in een sociaal plan, omdat de twee punten niet gaan over arbeidsvoorwaarden. Op 22 maart 2018 wordt door de gemeentesecretaris aan de werknemersdelegatie van het GO Maastricht bekendgemaakt dat de gemeente heeft besloten tot vaststelling van het Sociaal Plan Maastricht. De werknemersdelegatie ontvangt op diezelfde dag bericht van het bestuur van het SSC-ZL dat het op 16 maart 2018 heeft besloten tot vaststelling van het Afsprakenkader en de Overgangsregeling overeenkomstig het op 21 juni 2017 in het BGO bereikte onderhandelingsresultaat. De vakbonden wijzen de gemeente Maastricht erop dat de eenzijdige vaststelling van het sociaal plan in strijd is met de AGM. De vakbonden vorderen opschorting c.q. stopzetting van het sociaal plan.
Oordeel
De kern van het geschil valt uiteen in drie vragen: (1) de vraag of er in het (B)GO een onderhandelingsresultaat is bereikt, (2) bij een positief antwoord op de eerste vraag, is de vraag of dit onderhandelingsresultaat moet worden beschouwd als overeenstemming als bedoeld de AGM en (3) de vraag, bij een negatief antwoord op de tweede vraag, of het gedaagden niettemin vrij stond de Regelingen vast te stellen.
Vraag 1
Een onderhandelingsresultaat met betrekking tot het Sociaal Plan is bereikt wanneer binnen het GO tussen de werkgeversdelegatie en de werknemersdelegatie een akkoord is bereikt over de tekst van het document, dat zich leent voor voorlegging aan de achterban. Hetzelfde geldt voor het BGO met betrekking tot het Afsprakenkader en de Overgangsregeling. In de vergadering van het BGO van 21 juni 2017 is besloten dat een onderhandelingsresultaat is bereikt over de inhoud van het Afsprakenkader en de Overgangsregeling, dat zal worden voorgelegd aan de achterban. Dat laatste nadat binnen het GO van de gemeenten afzonderlijk overeenstemming is bereikt over de sociaal plannen. Ook als die afzonderlijke overeenstemming niet is bereikt, heeft te gelden dat sprake was van een onderhandelingsresultaat. Partijen waren het immers over inhoud van deze regelingen eens. Het GO Maastricht heeft geschreven dat het Sociaal Plan van die gemeente akkoord is en dat dit betekent dat er nu een onderhandelingsresultaat is dat ter stemming aan de leden wordt voorgelegd. Aan de kwalificatie van deze overeenstemming als onderhandelingsresultaat doet niet af dat nog drie voorwaarden moesten worden vervuld en dat twee punten moesten worden toegevoegd. De drie voorwaarden betreffen niet de inhoud van het Sociaal Plan maar zijn wensen van de vakbonden. De instemming met een arbeidsvoorwaardelijke regeling zoals het Sociaal Plan kan echter in redelijkheid niet afhankelijk worden gesteld van de voldoening door de gemeente aan deze wensen. De burgemeester van Maastricht heeft ten aanzien van de twee punten uitgelegd dat die niet in het Sociaal Plan thuishoren. Hierop is door de werknemersdelegatie niet meer gereageerd. Aldus is ook over het sociaal plan een onderhandelingsresultaat bereikt.
Vraag 2
Op grond van de Regeling BGO dient een onderhandelingsresultaat te worden voorgelegd aan de achterbannen. Van een onderhandelingsakkoord is pas sprake als de achterban met het onderhandelingsresultaat instemt, en pas dan kan het bestuur van SSC-ZL het besluit nemen. Voor het Sociaal Plan geldt iets soortgelijks: krachtens de AGM kan de invoering of wijziging van aangelegenheden betreffende de rechtstoestand van ambtenaren niet plaatsvinden dan nadat daarover overeenstemming is bereikt met de vakbonden. Overeenstemming kan hier niet anders worden begrepen dan: instemming van de achterban. Voor het bereiken van een onderhandelings-akkoord binnen het BGO ten aanzien van de Overgangsregeling, het Afsprakenkader en het Sociaal Plan tezamen is dus instemming vereist van de achterban. Partijen zijn het in de vergadering van 21 juni 2017 erover eens geworden dat de ledenraadpleging binnen vier weken nadat het overleg over het Sociaal Plan binnen het GO zou zijn afgerond diende plaats te vinden. Na onrust besloot de werknemersdelegatie dat de ledenraadpleging op 1 maart 2018 geen doorgang kon vinden. Toen de werkgeversdelegatie nog een handreiking bood om uiterlijk op 8 maart 2018 alsnog de ledenraadpleging te laten plaatsvinden, werd per bericht van 12 maart 2018 kenbaar gemaakt dat het overleg van het GO Maastricht per 27 februari 2018 was afgerond en een onderhandelingsresultaat was bereikt. De berichtgeving vanuit de werknemersdelegatie over het al dan niet bereikt hebben van een onderhandelingsresultaat binnen het GO is niet eenduidig geweest. Het gevolg daarvan is echter niet dat de vakbonden redelijkerwijs niet tot uitstel van de ledenraadpleging konden komen. Dat de Regelingen nog aan de achterban voorgelegd dienden te worden, is krachtens de regelgeving en de tussen partijen gemaakte afspraken immers een wezenlijk vereiste, waar de gemeente niet aan voorbij had mogen gaan. Dit geldt temeer nu de werknemersdelegatie de gemeente en het bestuur van het SSC-ZL telkens in kennis heeft gesteld van de wijze waarop de werknemers geïnformeerd zouden worden en wanneer de ledenraadpleging doorgang zou vinden.
Vraag 3
Met die wetenschap konden en mochten gedaagden in redelijkheid niet overgaan tot eenzijdige vaststelling van de besluiten. Alleen al gelet op de duur van de voorafgaande onderhandelingen kon van de gemeente meer geduld gevergd worden. De conclusie is dan ook dat de gemeente en het bestuur van het SSC-ZL niet hadden mogen overgaan tot eenzijdige vaststelling van het Sociaal Plan, het Afsprakenkader en de Overgangsregeling. De ledenraadpleging had moeten worden afgewacht. De vorderingen van de vakbonden worden daarom toegewezen.