Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/DNV GL Netherlands B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 28 november 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:10354

werknemer/DNV GL Netherlands B.V.

Werknemer die zich zonder toestemming inschrijft voor een training en privé-uitgaven als zijnde zakelijk declareert, handelt in casu niet ernstig verwijtbaar. Transitievergoeding verschuldigd. Werkgever kan geen ernstig verwijt worden gemaakt van de verstoring van de arbeidsverhouding.

Feiten

Werknemer is in 2007 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) DNV GL Netherlands B.V. (hierna: DNV). De laatste functie die werknemer vervulde, is die van Principal Consultant, met een salaris van € 7.807,07 bruto per maand, exclusief emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de KEMA-cao van toepassing. In eerste aanleg is de arbeidsovereenkomst tussen partijen op verzoek van DNV ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, met veroordeling van DNV tot betaling van de transitievergoeding van € 28.300 bruto. In hoger beroep is het geschil beperkt tot de vraag of DNV ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, alsook of werknemer een ernstig verwijt treft, en of in dat kader de transitievergoeding dan wel een billijke vergoeding verschuldigd is.

Oordeel

Ernstige verwijtbaarheid van DNV

Werknemer heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat DNV een ernstig verwijt treft een aantal omstandigheden genoemd waar het hof afzonderlijk op ingaat. Werknemer kan niet worden gevolgd in zijn stelling dat DNV niet nader onderzoek heeft mogen of kunnen doen naar zijn declaratiegedrag. Vast staat dat in november 2016 tussen partijen een discussie is ontstaan of werknemer zich voor een bepaalde training heeft mogen aanmelden. Werknemer stelt dat hij dit met toestemming van zijn leidinggevende deed, zodat DNV hem niet mocht verbieden die training te volgen. Zijn leidinggevende ontkende de gestelde toestemming echter te hebben gegeven. Tegen die achtergrond kan het DNV niet worden verweten een onderzoek te verrichten naar recente door werknemer ingediende declaraties. Voorts kan DNV van de toepassing van de schorsing, na gerezen twijfels over de juistheid van door werknemer ingediende declaraties, geen (ernstig) verwijt worden gemaakt. Uit onderzoek is vervolgens gebleken dat werknemer zonder toestemming meerdere privé-uitgaven heeft gedaan en deze zakelijk heeft gedeclareerd, waaronder het tanken met de zakelijke tankpas voor zijn privéauto en een vlucht naar Madrid om aldaar de bruiloft van zijn zus bij te wonen. Nu het onderzoek op 29 maart 2017 was afgerond, was daarmee de reden van de schorsing van werknemer komen te vervallen, zodat DNV blaam treft van de handhaving van de schorsing na die datum. Dit is op zichzelf echter onvoldoende voor het aannemen van ernstige verwijtbaarheid. Ook het door DNV opgelegde contactverbod, gemotiveerd met een beroep op de geheimhouding en noodzaak van een deugdelijk onderzoek, het stopzetten van de loondoorbetaling volgend op een waarschuwing en gelet op de in de KEMA-cao neergelegde bevoegdheid tot inhouding van salaris bij een schorsing, alsmede de door DNV gegeven werkinstructies waar werknemer zich aan diende te houden, zijn omstandigheden die niet te kwalificeren zijn als zijnde ernstig verwijtbaar. Het hof komt na weging van al deze omstandigheden tot de slotsom dat van ernstig verwijtbaar handelen van DNV geen sprake is, zodat geen reden bestaat voor toekenning van een billijke vergoeding.

Ernstige verwijtbaarheid van werknemer

Het hof overweegt dat voor ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden en dat niet snel mag worden aangenomen dat geen transitievergoeding verschuldigd is. Het hof komt tot het oordeel dat de verwijten die aan werknemer te maken zijn, op zichzelf en geplaatst tegen de achtergrond van het arbeidsconflict, niet tot de conclusie kunnen leiden dat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De transitievergoeding blijft verschuldigd.