Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 3 april 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:2603
Trigion Beveiliging B.V/werknemer
Feiten
Werknemer is met ingang van 13 januari 2006 bij Trigion in dienst getreden in de functie van medewerker beveiliging. In de gespreksverslagen van 29 januari 2018 en 27 februari 2018 staat onder meer vermeld dat volgens werkgever de Nederlandse taalvaardigheid van werknemer minder dan gemiddeld is en zijn inzet binnen de organisatie daardoor beperkt is. Op 18 april 2018 heeft er weer een gesprek plaatsgevonden met werknemer over de inzetbaarheid van werknemer. Hierin is besproken dat werknemer een cursus Nederlands krijgt en de kosten van de cursus van een eventuele transitievergoeding worden afgehaald. Werknemer heeft aangegeven het niet eens te zijn met zijn beperkte inzetbaarheid en betwist dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om te worden ingezet. Trigion heeft verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens disfunctioneren na verbetertraject.
Oordeel
Trigion heeft – kort gezegd – aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat werknemer gedurende een zekere tijd niet (meer) de capaciteiten bezit om te kunnen slagen bij Trigion beveiliging en dus niet meer voldoet aan de eisen die Trigion redelijkerwijs aan de functievervulling mocht stellen. Dit disfunctioneren zou met name betrekking hebben op het niet voldoende beheersen van de Nederlandse taal. Volgens Trigion is het Nederlands van werknemer niet voldoende en dat belemmert zijn inzetbaarheid bij opdrachtgevers. De kantonrechter kan uit de overgelegde stukken en uit de toelichting ter zitting afleiden dat gedurende de jaren dat werknemer bij Trigion in dienst was de Nederlandse taalvaardigheid een punt van aandacht verdiende, maar dat gelet op de beoordelingen er in de loop der jaren sprake was geweest van verbetering en vooruitgang. Niet is gesteld of gebleken dat er vóór 2018 een concreet verbetertraject heeft plaatsgevonden. In de tussenrapportage van Business Talen Rotterdam staat dat werknemer 'over een grote woordenschat beschikt en zich goed kan uitdrukken in het Nederlands, goed genoeg voor zijn dagelijkse werkzaamheden. De conclusie is echter dat werknemer Nederlands op een dusdanig niveau spreekt dat er van communicatieproblemen tijdens zijn werk nauwelijks sprake kan zijn. Wanneer dat wel het geval is, dan heeft dat te maken met zijn Engels/Nigeriaanse accent en/of intonatie'. De kantonrechter kan zich wel vinden in de conclusie van deze tussenrapportage. Ter zitting heeft de kantonrechter ook geconstateerd dat werknemer de Nederlandse taal goed althans voldoende beheerst. De enkele omstandigheid dat hij niet meer bij een bepaalde opdrachtgever kon worden ingezet omdat hij een fout zou hebben gemaakt, is onvoldoende om vast te stellen dat hij niet goed zou functioneren in zijn functie. Ter zitting heeft werknemer naar voren gebracht dat Engels zijn moedertaal is en dat hij de afgelopen jaren goed heeft gefunctioneerd op plekken waar veel Engels werd gesproken. Door Trigion is niet weersproken dat zij werknemer op dergelijke locaties als beveiliger kan inzetten. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Trigion onvoldoende heeft onderbouwd dat werknemer vanwege het niveau waarop hij de Nederlandse taal beheerst jaren na zijn indiensttreding ineens ongeschikt zou zijn om de bedongen arbeid te verrichten.
Voorts is niet gebleken dat Trigion voldoende heeft gedaan om verbetering van het functioneren te bewerkstelligen. Werknemer is onvoldoende in de gelegenheid gesteld en begeleid om zijn functioneren te verbeteren. Gezien het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een voldragen d-grond, die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan dragen. Door Trigion is geen andere grond aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.