Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Vetrago Transport B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 14 mei 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:1169

werknemer/Vetrago Transport B.V.

In hoger beroep wordt alsnog billijke vergoeding toegekend voor onterecht gegeven ontslag op staande voet van werknemer die tijdens zijn werkzaamheden schade aan een vrachtauto heeft veroorzaakt.

Feiten

Werknemer is op 25 maart 1991 in dienst getreden van Vetrago Transport B.V. (hierna: Vetrago). Vetrago houdt zich bezig met diverse soorten van transport. In 2018 kreeg werknemer de opdracht om met een vrachtwagen met laadkraan zes zakken grind te lossen bij een huis, dat gelegen is aan een smalle dijk met aan één kant van deze dijk hoge bomen en aan de andere kant begroeiing. De betreffende klant heeft werknemer verzocht om één zak grind te lossen en om de andere vijf zakken ongeveer dertig meter verder op de dijk te lossen. Tijdens het verrijden van de vrachtauto naar de tweede losplaats is werknemer met de laadkraan van zijn vrachtauto tegen een tak gereden, waardoor schade aan twee leidingen van de kraan is ontstaan. Na terugkomst op het bedrijf heeft Vetrago werknemer naar aanleiding van dit gebeuren op staande voet ontslagen. Dit ontslag is bevestigd in de ontslagbrief van de advocaat van Vetrago van 7 juni 2018. In eerste aanleg heeft de kantonrechter overwogen dat van een dringende reden voor het ontslag op staande voet geen sprake was en evenmin van ernstige verwijtbaarheid van werknemer. De door werknemer verzochte transitievergoeding is toegewezen alsmede een vergoeding voor onregelmatige opzegging. Voor toekenning van een billijke vergoeding zag de kantonrechter echter geen grond, nu naar zijn mening van ernstig verwijtbaar handelen door (de directeur van) Vetrago jegens werknemer geen sprake was. Werknemer stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen grond is voor toekenning van een billijke vergoeding.

Oordeel

Het hof overweegt bij de vaststelling van de billijke vergoeding voor werknemer dat wel sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van Vetrago, aangezien zij werknemer ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. Het handelen van werknemer dat heeft geleid tot het ontslag op staande voet, en dat – kort gezegd – bestaat uit het schade rijden aan de kraan van de vrachtauto en het volgens Vetrago liegen tegen werkgever over wat er precies is gebeurd, is naar het oordeel van het hof niet alleen onvoldoende zwaarwegend voor een ontslag op staande voet, maar ook onvoldoende om te concluderen dat Vetrago de arbeidsovereenkomst op een andere – rechtmatige – wijze had kunnen beëindigen. Het voorgaande betekent echter niet dat het hof aannemelijk acht dat werknemer nog tot aan zijn (officiële) pensioendatum bij Vetrago zou hebben gewerkt. Het grote aantal overuren dat Vetrago van hem vroeg was, zoals hij zelf ook heeft naar voren heeft gebracht, gelet op zijn hogere leeftijd erg zwaar voor hem geworden, en het verminderen daarvan was voor Vetrago niet bespreekbaar gebleken. Verder was de verstandhouding tussen partijen als gevolg van de rugblessure die werknemer in maart 2018 heeft opgelopen en waarvoor hij Vetrago verantwoordelijk houdt, reeds vóór de schade aan de kraan niet optimaal meer. Het hof acht daarom niet aannemelijk dat werknemer tot zijn AOW-leeftijd bij Vetrago had gewerkt, maar gaat er voor de bepaling van de billijke vergoeding van uit dat hij nog twee jaar bij Vetrago zou hebben gewerkt, en dat hij daarna óf vervroegd met pensioen zou zijn gegaan óf lichter (ander) werk zou hebben gezocht en gevonden. Gelet op de grote vraag naar chauffeurs acht het hof de kans op het vinden van ander werk voor werknemer ook op zijn leeftijd weliswaar verminderd maar zeker reëel. Het hof is van oordeel dat het feit dat werknemer pas gedurende de procedure in eerste aanleg tot de conclusie is gekomen dat hij liever niet meer wil terugkeren naar Vetrago maar de voorkeur geeft aan een billijke vergoeding, niet in zijn nadeel mag strekken. Dat werknemer geen vertrouwen meer heeft in een verder dienstverband met Vetrago en het gevoel heeft dat Vetrago van hem af wil, is begrijpelijk en is hoofdzakelijk het gevolg van het door Vetrago zelf onzorgvuldig gegeven ontslag op staande voet.