Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 13 juni 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:4807
werknemer/InAxtion B.V.
Feiten
Werknemer is op 7 november 2007 bij InAxtion B.V. (hierna: Inaxtion) in dienst getreden als ‘senior intercedent’. In de door partijen opgestelde arbeidsovereenkomst gaat werknemer akkoord met de ontvangst en inhoud van het document 'werken voor Inaxtion'. In het destijds geldende document is onder meer een geheimhoudingsbeding en een concurrentiebeding opgenomen. Op 31 juli 2012 heeft X namens Inaxtion – voor zover hier van belang – het volgende geschreven aan werknemer: 'Bij controle van je personeelsdossier zag ik dat het arbeidsreglement niet getekend aanwezig is. Deze heb ik bijgevoegd. Wil je het arbeidsreglement op elk pagina paraferen en op de laatste pagina je naam, de datum en handtekening zetten en naar me terugsturen?'. In het bijgevoegde document, getiteld 'Werken voor InAxtion Uitzendgroep B.V.' is geen geheimhoudings-, relatie- of non-concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft het dienstverband opgezegd met ingang van 1 oktober 2018. Werknemer vordert onder meer dat bij vonnis primair voor recht wordt verklaard dat tussen werknemer en Inaxtion geen relatiebeding, geheimhoudingsbeding en concurrentiebeding van kracht is, althans dat de bedingen die zijn opgenomen in het document 'Werken voor Inaxtion' niet tussen partijen gelden. Werknemer legt aan zijn vordering ten grondslag dat tussen partijen geen non-concurrentiebeding geldt. Als tussen partijen al een non-concurrentiebeding gold, dan is het in 2012 komen te vervallen.
Oordeel
De vraag of aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst in 2007 kan in het midden blijven. Vast staat immers dat Inaxtion in 2012 een nieuwe versie van 'Werken bij Inaxtion' aan werknemer heeft toegestuurd met het verzoek deze getekend te retourneren. Voor zover Inaxtion zich op het standpunt heeft willen stellen dat het bijgevoegde document niet het door werknemer in het geding gebrachte document betreft, heeft zij dat onvoldoende onderbouwd. Werknemer heeft ter zitting de envelop getoond waarin de documenten aan hem zijn toegestuurd en hij heeft er een verklaring voor gegeven dat hij het document niet eerder in het geding heeft gebracht. De door werknemer overgelegde versie wijkt bovendien af van de versie uit 2015. Het lag op de weg van Inaxtion als werkgever om het personeelsdossier op orde te houden. Dat zij niet meer kan nagaan welke versie destijds aan werknemer is gestuurd, dient daarom voor haar rekening en risico te komen. Werknemer mocht er gelet op het vorenstaande op vertrouwen dat, ervan uitgaande dat de bedingen rechtsgeldig waren overeengekomen, deze met het in werking treden van de nieuwe versie van het document 'Werken voor Inaxtion' kwamen te vervallen. Het lag op de weg van Inaxtion om, indien zij dat wenste, aan werknemer kenbaar te maken dat de bedingen uit de oude regeling van kracht zouden blijven, temeer nu het haar eigen keuze was om de bedingen niet in de arbeidsovereenkomst zelf maar in een apart document op te nemen. De gevorderde verklaring van recht zal daarom worden toegewezen.