Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Ayers Rock Island B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 27 april 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:16726

werkneemster/Ayers Rock Island B.V.

Gevorderde pensioenschade valt niet onder finale kwijting in vaststellingsovereenkomst, nu werkneemster pas nadien bekend is geworden met afmelding bij pensioenfonds. Uitgaande van gemiddelde levensverwachting bedraagt de pensioenschade € 6.376,48.

Feiten

Werkneemster is per 9 november 1999 bij Ayers Rock Island B.V. (hierna: Ayers Rock) in dienst getreden in de functie van administratief medewerkster. Stichting Pensioenfonds Recreatie (hierna: het Pensioenfonds) heeft in januari 2014 aan Ayers Rock medegedeeld dat het vanaf 4 december 2013 niet langer verplicht is deel te nemen aan de pensioenregeling van het Pensioenfonds. Vrijwillige deelname is wel mogelijk. Ayers Rock heeft werkneemster vervolgens afgemeld. Wel heeft Ayers Rock abusievelijk nog enige tijd premies afgedragen, welke in maart 2015 door het Pensioenfonds zijn terugbetaald. Op 30 april 2015 hebben werkneemster en Ayers Rock een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Partijen hebben elkaar algehele en finale kwijting verleend. Het Pensioenfonds heeft bij brief van 9 maart 2016 aan werkneemster bevestigd dat Ayers Rock haar per 4 december 2013 heeft afgemeld. Werkneemster vordert thans veroordeling van Ayers Rock tot betaling van € 6.376,48 bruto. Hieraan legt zij ten grondslag dat zij schade lijdt omdat Ayers Rock haar buiten haar medeweten heeft afgemeld bij het Pensioenfonds en geen afdrachten meer heeft gedaan. Per jaar bedraagt de pensioenschade € 398,53 bruto. Uitgaande van een gemiddelde levensverwachting van 82,8 voor de Nederlandse vrouw bedraagt de totale pensioenschade € 6.376,48 bruto (16 jaar x € 398,53), aldus werkneemster.

Oordeel

Allereerst moet worden beoordeeld of de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen finale kwijting ook de hier gevorderde pensioenschade omvat. Ayers Rock heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat werkneemster ten tijde van de onderhandelingen over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst onkundig was van de stopzetting van de deelname aan de pensioenregeling per 4 december 2013. Het is haar in ieder geval niet door Ayers Rock meegedeeld. Ook al zou werkneemster de brief van januari 2014 van het Pensioenfonds onder ogen hebben gekregen, dan hoefde zij daaruit niet te begrijpen dat Ayers Rock de pensioenregeling niet wilde voortzetten. Dit geldt temeer nu het werknemersaandeel ook na december 2013 op haar salaris werd ingehouden, zodat er geen reden tot twijfel aan deelname bestond. Verder hoefde werkneemster, anders dan Ayers Rock meent, uit de betaling van het Pensioenfonds in maart 2015 niet op te maken dat het om een terugbetaling van ten onrechte betaalde premies ging en dat de pensioenopbouw was geëindigd. Het wordt er dan ook voor gehouden dat werkneemster er pas ná het aangaan van de vaststellingsovereenkomst mee bekend is geworden dat na december 2013 geen pensioen meer werd opgebouwd. Onder deze omstandigheden acht de kantonrechter het beroep van Ayers Rock op de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Naar het oordeel van de kantonrechter staat voorts voldoende vast dat Ayers Rock vanaf 4 december 2013 niet langer verplicht was deel te nemen aan de pensioenregeling van het Pensioenfonds. Ayers Rock had echter als goed werkgever de deelnemende werknemers, onder wie werkneemster, van haar voornemen tot beëindiging van de pensioenregeling in kennis moeten stellen. Werkneemster had er dan voor kunnen kiezen om zelf een vervangende pensioenvoorziening te treffen. Nu Ayers Rock dit heeft nagelaten is zij in haar werkgeversverplichtingen tekortgeschoten en is werkneemster gerechtigd tot het vorderen van schadevergoeding. Het Pensioenfonds heeft in zijn brief van 11 april 2016 berekend dat de pensioenschade per jaar € 398,53 bruto bedraagt. De totale schade zou dan, uitgaande van een gemiddelde leeftijdsverwachting van 82,8 jaar voor de Nederlandse vrouw, € 6.376,48 (16 jaar x € 398,53) bruto bedragen. Nu Ayers Rock een en ander onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken, en het gevorderde bedrag en de berekening ervan de kantonrechter niet onredelijk voorkomt, wordt dit bedrag toegewezen.