Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 21 juni 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:5026

werknemer/werkgeefster

Werknemer verzoekt pas zes jaar na het aanvragen van een toevoeging om een voorlopig getuigenverhoor. Op eerdere momenten (waarbij hij eveneens werd bijgestaan door een advocaat) is niet gesproken over het vermeende bedrijfsongeval. Werknemer is niet geslaagd in zijn bewijslevering.

Feiten

Bij tussenvonnis is werknemer toegelaten te bewijzen dat hij op vrijdag 5 september 2008 tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden slachtoffer is geworden van een bedrijfsongeval. Werknemer heeft ter uitvoering van die bewijsopdracht de nodige producties en verschillende geluidsopnames in het geding gebracht en een vijftal getuigen doen horen.

Oordeel

Uit de getuigenverklaringen blijkt dat geen van de gehoorde personen direct ooggetuige is geweest van het door werknemer gestelde bedrijfsongeval. Hoewel twee getuigen in vage bewoordingen gesproken hebben over een voorval, kan dat geen betrekking hebben op het gestelde bedrijfsongeval. De kantonrechter ziet daarnaast, anders dan werknemer, geen reden om te twijfelen aan de verklaring van een van de getuigen. De stelling van werknemer dat hij op 5 september 2008 slachtoffer geworden is van een bedrijfsongeval, waarbij hij ernstig lichamelijk letsel heeft opgelopen, is naar het oordeel van de kantonrechter bovendien niet te rijmen met zijn gedrag daarna. Zijn toenmalige advocaten hebben geen melding gemaakt van het bedrijfsongeval, terwijl werknemer zeker tegenover een van die advocaten daar melding van had moeten maken, zodat die kwestie al in eerder aanhangige procedure aan de orde had kunnen komen. Voorts is opvallend dat werknemer pas in 2014 een toevoeging heeft aangevraagd voor een advocaat in verband met de kwestie van het bedrijfsongeval en dat vervolgens pas zes jaar na dato een verzoek wordt ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Het verbaast de kantonrechter daarnaast dat werknemer de getuigen jaren later onaangekondigd heeft bezocht en hun heeft verzocht een verklaring af te leggen en daarvoor een vergoeding heeft aangeboden. De kantonrechter concludeert dat werknemer niet is geslaagd in het leveren van bewijs, zodat de vordering wordt afgewezen.