Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 30 juli 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:1944
Werkneemster/NN Insurance Personeel B.V.
Feiten
Werkneemster is in 1998 in dienst getreden bij (een rechtsvoorganger van) NN. Van 2013 tot 2017 is zij werkzaam geweest op de afdeling SCF/IM. Op 2 februari 2017 heeft NN Group de ondernemingsraad advies gevraagd in verband met een voorgenomen reorganisatie binnen het Service Centre Finance van NN Group. De afdelingen SCF/IM en SCF/FAS zou komen te vervallen en een nieuw team zou worden opgericht. In verband met de adviesaanvraag heeft de ondernemingsraad een externe expert functiewaardering ingeschakeld. Deze heeft alle functiewijzigingen genoemd in de adviesaanvraag getoetst. Ten aanzien van de functie van werkneemster is kort gezegd aangegeven dat de nieuwe functie breder is. De ondernemingsraad heeft positief geadviseerd onder de voorwaarden (1) dat het Sociaal Plan NN op de reorganisatie wordt toegepast en (2) dat de ondernemingsraad onderzoek zal laten doen in hoeverre de functie-elementen daadwerkelijk gewijzigd zijn en terecht sprake is van gewijzigde functies. NN Group heeft dit geaccepteerd. Werkneemster is boventallig verklaard. Werkneemster heeft een toelichting ontvangen op de redenen die ertoe hebben geleid dat zij niet is geplaatst. Werkneemster heeft hiertegen vervolgens bezwaar gemaakt. De Werkzekerheidscommissie (WZC) heeft de functiewijziging nogmaals laten toetsen. De deskundigen zijn tot de conclusie gekomen dat de functies niet inwisselbaar zijn. De bezwaren van werkneemster zijn ongegrond verklaard. Tussen partijen is vervolgens overeenstemming bereikt over een einde dienstverband, waarbij werkneemster aanspraak heeft gemaakt op aanvullende schadevergoeding als gevolg van onterecht verlies van haar dienstverband. Werkneemster heeft verzocht voor recht te verklaren dat NN toerekenbaar tekort is geschoten en de daardoor geleden schade dient te vergoeden. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen en heeft daaraan ten grondslag gelegd dat werkneemster het systeem van de WWZ omzeilt door de wettelijke bedenktermijn te laten verstrijken, waardoor er geen preventieve toets heeft plaatsgevonden en vervolgens in een op artikel 6:265 BW gebaseerde schadevergoedingsprocedure de vraag voor te leggen of er een voldragen ontslaggrond is en een additionele vergoeding te vorderen. Werkneemster komt hiertegen in hoger beroep.
Oordeel
De grieven van werkneemster slagen. De WWZ biedt de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst te beëindigen door middel van een schriftelijke overeenkomst, zonder dat er een preventieve toets plaatsvindt. In het onderhavige geval zijn partijen beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeengekomen en zijn zij overeengekomen dat werkneemster zich het recht voorbehoudt om in rechte aanspraak te maken op (aanvullende) schadevergoeding als gevolg van het verlies van haar dienstbetrekking. Onder deze omstandigheden verzet noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis zich ertegen dat werkneemster alsnog in rechte een verzoek tot (aanvullende) schadevergoeding doet, meer in het bijzonder een verzoek dat is gebaseerd op de artikelen 7:686 BW en 7:611 BW. Ook het systeem van de WWZ verzet zich daar niet tegen. Ten aanzien van de uitwisselbaarheid van de functies toetst het hof aan artikel 13 Ontslagregeling. Het hof oordeelt dat NN zich jegens werkneemster kon beroepen op de uitkomsten van de rapportages van deskundigen. Het ligt op de weg van werkneemster om aannemelijk te maken dat de rapportages voor wat betreft de inhoud of wijze van totstandkoming niet deugdelijk zijn. De bezwaren die werkneemster heeft aangevoerd tegen de rapportages worden door het hof verworpen en NN heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat – hoewel sprake is van gelijkwaardige functies – eveneens sprake is van een gewijzigde functie en de functies niet uitwisselbaar zijn gelet op de gewijzigde functie-inhoud, en vereiste kennis en vaardigheden en competenties. Verder is het hof van oordeel dat NN in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen werkneemster niet te herplaatsen in de nieuwe functie. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.