Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 3 juli 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:6288

werknemer/werkgever

Verheimelijken van (uitzicht op) werk elders voorafgaand aan ondertekening beëindigingsovereenkomst waarin wordt uitgegaan van werkloosheid na afloop arbeidsovereenkomst rechtvaardigt ontslag op staande voet. Tevens ernstig verwijtbaar handelen.

Feiten

Werknemer is in dienst getreden bij werkgever als senior buyer. In juni 2017 hebben gesprekken met werknemer plaatsgevonden over gewenste verbeteringen in het functioneren, waarin is aangegeven dat als zaken niet echt veranderen, wellicht de conclusie moet zijn dat dit werknemer niet gaat lukken. Op 29 september 2017 heeft werknemer zich ziek gemeld vanwege burn-outklachten. In augustus 2018 hebben partijen op hoofdlijnen overeenstemming bereikt over een beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2018. In artikel 7 van de conceptbeëindigingsovereenkomst staat dat werknemer geen zicht heeft op ander werk noch ander werk heeft aanvaard ten tijde van ondertekening van deze overeenkomst. Op maandag 3 september 2018 heeft werkgever echter vernomen dat werknemer sinds medio augustus werkzaam is voor bedrijf B. Bij brief van 11 september 2018 is werknemer op staande voet ontslagen, omdat – kort samengevat – werknemer tijdens de onderhandelingen niet eerlijk is geweest. Met ingang van 1 februari 2019 heeft werknemer een baan elders, voor bepaalde tijd. Werknemer heeft in eerste aanleg verzocht om vernietiging van de opzegging. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen. 

Oordeel

Werknemer stelt op zichzelf terecht dat zijn arbeidscontract met werkgever geen verbod op nevenwerkzaamheden behelst en dat het een werkgever in beginsel niet aangaat hoe een werknemer zijn tijd tijdens ziekte besteedt. In dit geval waren partijen echter in onderhandeling over een afvloeiingsregeling waarbij werkgever zich ertoe verplichtte een (aanzienlijke) ontslagvergoeding te betalen omdat werknemer verklaarde geen ander werk, noch zicht op ander werk te hebben. Uit de feiten volgt dat partijen hierover op 3 september 2018 volledige overeenstemming hadden bereikt en dat de beëindigingsovereenkomst alleen nog getekend moest worden. Waar goed werknemerschap meebrengt dat werknemer in het kader van onderhandelingen over een beëindigingsovereenkomst correcte informatie aan werkgever verschaft, heeft werkgever terecht voor ondertekening een onderbouwde verklaring van werknemer verlangd dat zijn informatie over werkzaamheden bij bedrijf B niet juist was, met het oog op de in de beëindigingsovereenkomst veronderstelde werkloosheid en de verplichting van werkgever € 30.000 bruto te betalen. Werknemer heeft zich verweerd met de stelling dat hij bij bedrijf B een onbetaalde snuffelstage deed maar hij heeft geweigerd dit verweer te onderbouwen met een verklaring van bedrijf B, ondanks de waarschuwing van werkgever dat dit reden zou zijn voor ontslag op staande voet. Werknemer heeft erkend dat hij een arbeidscontract heeft ondertekend waarin is opgenomen dat hij voor de duur van zes maanden in dienst trad bij bedrijf B, met een arbeidsomvang van 40 uur per week en tegen een bepaald salaris. Daarmee mag er van worden uitgegaan dat beide partijen met dit contract ook hebben beoogd een arbeidsovereenkomst voor die duur aan te gaan. Hier komt nog bij dat werknemer op 5 september 2018 zelf heeft geschreven dat hij ontslag neemt, welk woordgebruik niet voor de hand ligt bij het voortijdig afbreken van een stage. Voorts kan in het midden blijven of, al dan niet terecht, sprake was van een lopend verbetertraject. Indien werkgever naar de mening van werknemer ten onrechte zijn re-integratieverplichtingen niet of onvoldoende nakwam, had werknemer daarover een oordeel kunnen vragen aan het UWV. Het is ook werknemer geweest die op 10 september 2018 de beëindigingsovereenkomst heeft herroepen. Werkgever heeft aangetoond dat de door hem vermelde ontslaggronden juist zijn. Deze gronden rechtvaardigen het gegeven ontslag op staande voet. Het hof is van oordeel dat werknemer een ernstig verwijt valt te maken.