Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster c.s./Coöperatief MSB Atrium-Orbis U.A. c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 14 augustus 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:7456

werkneemster c.s./Coöperatief MSB Atrium-Orbis U.A. c.s.

Radioloog die bij andere zorgverlener in dienst wil treden kan niet worden gehouden aan concurrentiebeding, aangezien niet is gebleken dat loondienst hieronder valt en radioloog geen eigen patiënten heeft en dus geen 'zorgopdracht' kan meenemen.

Feiten

Werkneemster is medisch specialist en is van 2001 tot en met 2018 werkzaam geweest als radioloog. Per 1 januari 2015 is zij lid geworden van Coöperatief MSB Atrium-Orbis U.A. (hierna: MSB) en heeft zij haar praktijkonderneming Radimeko ingebracht. De Ledenovereenkomst tussen werkneemster en MSB bevat een concurrentiebeding dat spreekt van 'zich gedurende een periode van twee jaar van directe en indirecte participatie onthouden in een zorgaanbod buiten de onderneming van het MSB of een Opdrachtgever dat concurreert met de overgedragen Opdracht, tenzij Partijen anders overeenkomen'. Op 17 april 2019 heeft werkneemster aan MSB verzocht om toestemming om in loondienst treden bij de afdeling radiologie van het Laurentius Ziekenhuis te Roermond. MSB wenst werkneemster te houden aan het beding. Werkneemster vordert dat MSB wordt veroordeeld om te gedogen dat zij een arbeidsovereenkomst met Laurentius aangaat en dat MSB wordt verboden een beroep te doen op het concurrentiebeding.

Oordeel

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vraag of in geval van het aangaan van een loondienstverband bij een concurrerend ziekenhuis sprake is van 'directe en indirecte participatie in zorgaanbod dat concurreert met de overgedragen opdracht' negatief moet worden beantwoord. Het concurrentiebeding dient te worden uitgelegd. Aangezien er minder ruimte is geweest voor daadwerkelijk onderhandelen is eerder de CAO-norm van toepassing dan de Haviltex-norm. De taalkundige betekenis biedt echter geen uitsluitsel. Als de bedoeling van partijen als uitgangspunt wordt genomen, ligt het op de weg van MSB om feiten te stellen waaruit blijkt dat het op het moment van sluiten van de Ledenovereenkomst de bedoelding was van partijen dat het in loondienst treden bij een andere zorgverlener onder het beding zou vallen. Voor nadere bewijsvoering leent de kortgedingprocedure zich niet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat met 'zorgaanbod' van MSB of de opdrachtgever aldus gedoeld wordt op het geheel aan (mogelijke) behandelovereenkomsten met (potentiële) patiënten. De radioloog is echter een ondersteunend specialist en heeft geen eigen patiënten. De radioloog kan dus geen 'opdracht' meenemen. Van een concurrerend zorgaanbod is bij het medisch specialisme radiologie aldus geen sprake. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe.