Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/SRLEV N.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 21 februari 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:538

werknemer/SRLEV N.V.

Als deelnemer in de zin van het Pensioenreglement 2002 moet worden beschouwd de persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met de werkgever. Werknemer heeft geen recht op premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid.

Feiten

Werknemer is op 1 november 2005 een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar aangegaan met UPS Supplies Chain Solutions B.V. (hierna: ‘UPS’). Deze overeenkomst is één keer verlengd voor een jaar en dus geëindigd op 31 oktober2007. Van de arbeidsovereenkomst maken deel uit Secundaire Arbeidsvoorwaarden UPS SCS (NL) B.V. Op 28 november 2006 is werknemer arbeidsongeschikt geworden. Met ingang van 25 november 2008 is werknemer voor 80-l00 % arbeidsongeschikt verklaard voor de WIA. Werknemer heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd overeenkomend met zijn vordering in hoger beroep. Nadat SRLEV hiertegen verweer had gevoerd heeft de kantonrechter de vordering afgewezen en werknemer in de proceskosten veroordeeld. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.

Oordeel

Werknemer heeft zijn vordering gebaseerd op de stelling dat op hem (uitsluitend) het Pensioenreglement 2002 van toepassing is. Als uitgangspunt voor de uitleg van de bepalingen van het Pensioenreglement 2002 geldt dat in beginsel de bewoordingen daarvan gelezen in het licht van de gehele tekst van dat reglement, van doorslaggevende betekenis zijn.  Volgens artikel 1 van het Pensioenreglement 2002 is deelnemer ‘de werknemer die een dienstverband is aangegaan met de werkgever’. Direct onder deze omschrijving wordt als ‘gewezen deelnemer’ gedefinieerd ‘de werknemer wiens deelnemerschap anders dan door overlijden, of door het bereiken van de pensioendatum is beëindigd en die aanspraken heeft jegens de verzekeraar’. Werknemer wijst erop dat volgens de tekst van de definitie het voortduren van dat dienstverband niet is vereist: voldoende is dat er ooit een dienstverband is aangegaan; of dat dienstverband nog bestaat of niet maakt voor het deelnemerschap niet uit, aldus werknemer. Het hof acht die uitleg onaannemelijk. Zijn uitleg strookt niet met de definitie van gewezen deelnemer. Volgens het reglement is de gewezen deelnemer de werknemer wiens deelnemerschap (anders dan door overlijden, of door het bereiken van de pensioendatum) is beëindigd, en die aanspraken heeft jegens de verzekeraar. Hetgeen is weergegeven tussen haakjes doet zich in casu niet voor, want het dienstverband met werknemer is niet geëindigd door overlijden of door het bereiken van de pensioendatum. Zijn dienstverband is echter wel beëindigd, en werknemer heeft aanspraken jegens de verzekeraar, immers een premievrij pensioen. Werknemer is derhalve onmiskenbaar een gewezen deelnemer. Datzelfde geldt voor iedere werknemer van wie het dienstverband anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioenleeftijd is geëindigd. Nu werknemer en al die anderen in een vergelijkbare positie, gewezen deelnemer zijn geworden, is onaannemelijk dat zij tegelijkertijd ook deelnemer zouden zijn gebleven. De toevoeging ‘gewezen’ sluit immers uit dat men tegelijkertijd ‘gewoon’ en ‘gewezen’ deelnemer’ is. Als deelnemer in de zin van het Pensioenreglement 2002 moet daarom, gelet op de in dat reglement gebruikte bepalingen, worden beschouwd de persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met de werkgever. Nu deze uitkomst duidelijk voortvloeit uit de in het reglement gebruikte bepalingen, wordt aan toepassing van de contra proferentem-regel niet toegekomen. Artikel 18 van het Pensioenreglement kent rechten toe aan de deelnemer. Die rechten komen hem, als gevolg van de verwijzing naar artikel 17 lid 3, toe indien hij recht heeft, en dus krijgt, op een WAO-uitkering op het moment dat hij deelnemer is. Op het moment dat voor werknemer de wachttijd van de WAO was verstreken, had hij geen dienstverband meer, en was hij dus geen deelnemer. Werknemer heeft daarom geen recht op premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.