Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Pensioenfonds Notariaat en De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 september 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:6780

werkneemster/Stichting Pensioenfonds Notariaat en De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Werkneemster die voldeed aan de vereisten voor het ontvangen van een arbeidsongeschiktheidspensioen, maar haar verzoek pas na tien jaar indiende bij het pensioenfonds, komt niet met terugwerkende kracht alsnog voor die uitkering in aanmerking.

Feiten

Werkneemster werkte vanaf 1987 bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V (hierna: De Brauw) als kandidaat-notaris. Zij bouwde daarbij pensioenaanspraken op bij Stichting Pensioenfonds Notariaat (hierna: SNP). De Brauw heeft werkneemster per 6 januari 2003 afgemeld bij SNP vanwege het verstrijken van het eerste ziektejaar. Op 24 februari 2003 heeft De Brauw SNP nader geïnformeerd over de arbeidsongeschiktheid van werkneemster, met overlegging van het besluit van UWV. Met een ontslagvergunning heeft De Brauw werkneemster op grond van haar twee jaar durende arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2004 ontslagen. Bij brief van 4 november 2003 heeft SNP werkneemster kenbaar gemaakt dat een melding in verband met arbeidsongeschiktheidspensioen gedaan moest worden binnen twee maanden na afmelding bij SNP. Nadat De Brauw na navraag van werkneemster op 4 januari 2014 contact op heeft genomen met SNP, berichtte SNP aan werkneemster dat nooit een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidspensioen is ingediend door werkneemster en dat een aanvraag indienen niet meer mogelijk was omdat werkneemster op grond van het pensioenreglement deelnemer dient te zijn op het moment van indienen. Bij brief van 2 november 2017 heeft SNP aan werkneemster medegedeeld dat het bestuur het eerder genomen besluit handhaaft, maar uit coulanceoverwegingen alsnog overgaat tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling met ingang van 1 januari 2009. Werkneemster vordert onder meer veroordeling van SNP en De Brauw om haar met terugwerkende kracht te brengen in de positie waarin zij had behoren te verkeren (of tot medewerking daarvan) als haar arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid vanaf 6 januari 2003 wel op juiste wijze zouden zijn uitgevoerd.

Oordeel

Het geschil ten aanzien van SNP spitst zich toe op de vraag of SNP is gehouden ook arbeidsongeschiktheidspensioen over de periode 6 januari 2003 tot 1 januari 2009 toe te kennen. Werkneemster heeft pas na tien jaar een aanvraag ingediend. Zij heeft daarmee SNP de mogelijkheid ontnomen om zelf te beoordelen of zij toentertijd gehouden was om tot uitkering van het arbeidsongeschiktheidspensioen over te gaan en gedurende tien jaar de arbeidsongeschiktheid te monitoren. Dat De Brauw SNP reeds op 6 januari en 24 februari 2003 heeft geïnformeerd over de arbeidsongeschiktheid van werkneemster en het oordeel van UWV heeft toegestuurd, maakt het voorgaande niet anders. SNP heeft dan ook terecht vanwege de te late aanvraag terugwerkende kracht aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering onthouden. Daarbij geldt dat zij coulancehalve alsnog terugwerkende kracht heeft toegepast vanaf 1 januari 2009. Conclusie is dan ook dat werkneemster niet heeft voldaan aan de vereisten van het reglement en daarom thans niet meer in aanmerking komt voor een uitkering van het arbeidsongeschiktheidspensioen met terugwerkende kracht. Dat onbetwist is gebleven dat zij op dat moment in 2003 volgens het UWV volledig arbeidsongeschikt was, maakt het voorgaande niet anders. De vorderingen jegens De Brauw zijn verjaard en worden daarom afgewezen, aangezien werkneemster reeds op 4 januari 2004 door het e-mailbericht van De Brauw wist dat zij de aanvraag moest indienen en dat het pensioen wellicht niet met terugwerkende kracht zou worden toegekend.