Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/inlener
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 oktober 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:7863

werkneemster/inlener

Inlener van werknemer die door collega is aangereden met elektrische pompwagen is aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW. Voldaan aan de kanseis en zeggenschapseis.

Feiten

Werkneemster verrichtte werkzaamheden bij inlener in het kader van een tussen haar en bedrijf X gesloten uitzendovereenkomst. De uitzendovereenkomst is op 31 december 2018 geëindigd. Op 20 december 2018 is werkneemster bij het verrichten van werkzaamheden voor inlener betrokken geraakt bij een ongeval. Zij werd aangereden door een elektrische pompwagen die werd bestuurd door collega Y. Bij brief van 4 maart 2019 heeft de gemachtigde van werkneemster inlener aansprakelijk gesteld voor de door werkneemster als gevolg van het incident van 20 december 2018 geleden en nog te lijden schade. Inlener heeft zijn aansprakelijkheid voor die schade niet erkend. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat inlener primair op grond van artikel 7:658 lid 2 jo. lid 4 BW aansprakelijk is voor de schade en subsidiair voor die schade aansprakelijk is op grond van artikel 6:170 lid 2 BW.

Oordeel

Voor een geslaagd beroep op artikel 6:170 lid 1 BW is vereist dat er tussen de fout van de ondergeschikte en de taak die hem is opgedragen, voldoende functioneel verband bestaat. Er dient dan te zijn voldaan aan twee voorwaarden. Ten eerste moet de aan de ondergeschikte gegeven opdracht tot het verrichten van een bepaalde taak de kans op de fout objectief gezien hebben verhoogd, de ‘kanseis’. Ten tweede moet voldaan zijn aan de ‘zeggenschapseis’, dat wil zeggen dat de werkgever juridische zeggenschap moet hebben over de gedragingen waarvan de fout deel uitmaakte. Uitgaande van de door inlener beschreven omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan aan deze twee eisen. Daartoe wordt overwogen dat niet in geschil is dat het hier gaat om een fout van Y en dat hij juist voor het incident in opdracht van inlener werkzaamheden onder gebruikmaking van de hem door inlener ter beschikking gestelde elektrische pompwagen verrichtte. Daarmee is, gelet ook op de ruime uitleg die de Hoge Raad voorstaat, naar het oordeel van de kantonrechter voldaan aan zowel de kanseis als de zeggenschapseis. De enkele omstandigheid dat er net voor het incident was omgeroepen dat er pauze zou worden gehouden en dat Y daarop oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de pompwagen om zich daarmee naar de kantine te begeven, is ontoereikend om op basis daarvan te kunnen concluderen tot afwezigheid van het vereiste functioneel verband tussen de fout van Y en de hem door inlener opgedragen taak. Nu inlener naar het oordeel van de kantonrechter op grond van artikel 6:170 lid 1 BW (risico)aansprakelijk is voor de door werkneemster geleden schade, behoeft geen beoordeling meer of er ook aansprakelijkheid bestaat op grond van artikel 7:658 BW.