Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 16 oktober 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:8589
KLM Catering Services Schiphol B.V.; Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V./Federatie Nederlandse Vakbeweging Horecabond
Feiten
KLM Catering Services Schiphol B.V. (Hierna: KCS) verzorgt op Schiphol de inflight catering voor Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (hierna: KLM) en enkele andere luchtvaartmaatschappijen. KCS is een 100%-dochtermaatschappij van KLM. Voor de medewerkers van KCS geldt de cao voor de contractcateringbranche (hierna: CCAO). De CCAO wordt namens de werkgevers gesloten door de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties (hierna: Veneca) en namens de medewerkers met vakbonden De Unie, CNV en FNV. De werkingsduur van de meeste recente CCAO is afgelopen op 1 april 2019, nadat FNV deze bij brief van 19 december 2018 had opgezegd. Vanaf 11 februari 2019 hebben Veneca, De Unie, CNV en FNV onderhandeld over een nieuwe CCAO. Teneinde haar eisen kracht bij te zetten heeft FNV collectieve acties georganiseerd bij KCS. De directeur bij KCS (hierna: A), heeft op 4 september 2019 aan sectorbestuurder catering bij FNV (hierna: C) geschreven dat wat KCS betreft de grens in zicht komt van wat zij nog wil gedogen en rechtmatig acht. KCS heeft FNV verzocht om haar koers te heroverwegen en verdere acties bij KCS achterwege te laten. C heeft in reactie hierop op 12 september 2019 aan A geschreven dat het tot de vrijheid van FNV behoort om gebruik te maken van het actierecht en dat nadelige gevolgen op zichzelf genomen geen aanleiding vormen voor de beperking daarvan. Veneca en De Unie hebben op 20 september 2019 een onderhandelingsakkoord bereikt over een CCAO voor de periode 1 april 2019 tot 1 april 2020. FNV heeft niet ingestemd met het onderhandelingsakkoord en bij Veneca aangekondigd dat zij alle medewerkers in de catering zal oproepen om op 10, 17 en 24 oktober 2019 het werk neer te leggen. Op 4 oktober 2019 heeft A aan C geschreven dat de acties KCS onevenredig zwaar treffen, terwijl KCS geen overwegende invloed op de onderhandelingen over de catering-cao heeft en de discussie ook niet gaat over het inflight deel daarvan. A heeft verder geschreven dat de acties bij KCS ook, meer dan bij andere cateraars het geval is, derden zoals KLM, Schiphol en de passagiers raken, waarbij een 24-uursstaking bij KCS potentieel een zodanige impact heeft, dat deze onacceptabel en onrechtmatig is. Op 8 oktober 2019 heeft tussen KCS en FNV een veiligheidsoverleg plaatsgevonden, waarin zij minimumafspraken hebben gemaakt (hierna: de Minimumafspraken). De door FNV georganiseerde collectieve actie op 10 oktober 2019 heeft doorgang gevonden, met inachtneming van de Minimumafspraken. Op 11 oktober heeft de advocaat van FNV aan de advocaat van KCS geschreven – kort samengevat – dat de aangezegde collectieve acties op 17 en 24 oktober zullen plaatsvinden zonder rekening te houden met de Minimumafspraken. KCS vordert onder meer dat de voorzieningenrechter FNV gebiedt de eerder door partijen gemaakte Minimumafspraken tijdig en volledig na te leven.
Oordeel
De voorzieningenrechter acht op grond van de voorhanden zijnde gegevens aannemelijk dat reeds een staking van een beperkt aantal uren door een relatief beperkt aantal cruciale medewerkers een aanzienlijke impact heeft op de operatie van KCS-KLM. Niet is in te zien waarom dat actiemiddel niet eerst is overwogen. In zoverre is er sprake van onevenredigheid. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat FNV niet heeft weersproken dat de KCS-catering de enige bij Veneca aangesloten cateraar is waar de catering, hoewel qua waarde ondergeschikt, dusdanig is verknoopt met de daardoor ondersteunde diensten dat het leveren van die diensten in gevaar komt wanneer de catering ontbreekt. KCS beroept zich ook in zoverre terecht op een gebrek aan evenredigheid. KCS verwijst in dit verband niet ten onrechte naar het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 augustus 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:3472). De geschetste gevolgen zijn in casu weliswaar minder waarschijnlijk dan de aanname van de gevolgen in het arrest van het hof, maar daar staat tegenover dat de kans bestaat dat geen 5000 passagiers maar enkele tienduizenden passagiers worden geraakt en niet doordat ze een aantal uren in een vliegtuig moeten wachten maar doordat ze mogelijk een nacht op een veldbed achter de douane moeten doorbrengen, 48 uur op een vreemde luchthaven moeten bivakkeren of onverrichterzake terug moeten keren naar hun woning of verblijfsadres. Dit een en ander brengt mee dat de stakingsacties moeten worden beperkt. Die beperking behoeft niet per se zover te gaan dat alle schade voor KLM daardoor wordt voorkomen. Nu partijen echter geen hanteerbaar ander criterium hebben aangereikt dan de minimaal nodige bezetting, zal de voorzieningenrechter hierbij aansluiten.