Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 6 november 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:8649
Nederlandse categoriale vakvereniging Financiën/de ondernemingsraad van de Belastingdienst/Douane Nederland en CNV Connectief
Feiten
In de periode van 4 tot en met 18 juni 2019 hebben de medezeggenschapsverkiezingen voor de ondernemingsraad van de Belastingdienst/Douane Nederland (hierna: de OR) plaatsgevonden, waarbij twee zetels te verdelen waren. Daarbij zijn 275 geldige stemmen uitgebracht, zodat de kiesdeler 137,5 stemmen bedraagt. Op 26 juni 2019 heeft de OR de uitslag van deze verkiezingen als volgt vastgesteld: Lijst 1 NCF: 136, Lijst 2 FNV Overheid: 41, Lijst 3 CNV Overheid: 68 en Lijst 4 BDPN: 30. Nadat de verkiezingscommissie van de OR vervolgens had besloten één zetel toe te kennen aan NCF en één aan CNV, heeft Nederlandse Categoriale Vakvereniging Financiën (hierna: NCF) tegen die beslissing bezwaar gemaakt. Bij brief van 3 juli 2019 heeft de verkiezingscommissie van de OR dat bezwaar verworpen. Partijen twisten over de vraag aan welke lijst de verkiesbaar gestelde twee zetels dienen te worden toegekend, gelet op de uitslag van de verkiezing en hetgeen in artikel 13 lid 1 en 2 van het OR-reglement is bepaald.
Oordeel
De kantonrechter past de cao-norm toe. De kantonrechter overweegt dat artikel 13 lid 1 van het OR-reglement ziet op de situatie dat ten minste één van de aan de verkiezing deelnemende lijsten de kiesdeler heeft gehaald. In dat geval worden aan die lijst zoveel zetels toegewezen als de kiesdeler past in het aantal op die lijst geldig uitgebrachte stemmen. Vaststaat echter dat hier geen van de deelnemende lijsten de kiesdeler gehaald heeft zodat geen van beide zetels op deze wijze aan een lijst kan worden toegekend. In de laatste volzin van dit lid is voorts bepaald dat stemmen uitgebracht op een lijst die de kiesdeler niet haalt, als overschotstemmen gelden. Nu hier geen van de deelnemende lijsten de kiesdeler heeft gehaald, betekent dit dat alle geldig uitgebrachte stemmen als overschotstemmen gelden. In deze situatie geldt lid 2: de zetels worden achtereenvolgens als restzetel toegekend aan de lijsten met de grootste stemmenoverschotten. Nu staat er echter ook dat stemmen uitgebracht op een lijst die die kiesdeler niet haalde, ook gelden als reststemmen indien ten minste 51% van de kiesdeler is gehaald. Volgens de OR is deze passage in dit reglement toegevoegd opdat kleine vakbonden ook zouden kunnen meedingen naar een zetel en was deze niet bedoeld om een kiesdrempel te laten gelden. Die bedoeling blijkt echter niet uit deze bepaling of het verdere reglement. Het moge zo zijn dat door een ongelukkige gang van zaken bij de wijziging van het OR-reglement artikel 13 daarvan niet goed leesbaar is, maar naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen dat in een geval als hier slechts de deelnemende lijsten die ten minste 51% van de kiesdeler hebben gehaald, in aanmerking komen voor een zetel. Nu niet in geschil is dat enkel NCF die drempel van 51% heeft gehaald, betekent het voorgaande dat de beide zetels aan haar dienen toe te vallen. De kantonrechter beslist dat de OR uitvoering moet geven aan het OR-reglement door beide zetels aan NCF toe te delen.