Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 15 november 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:10341
werknemer/Lomitel Zuid B.V.
Feiten
Werknemer is sinds 12 juni 2012 voor onbepaalde tijd in dienst van Lomitel Zuid B.V. (hierna: Lomitel). Op 14 augustus 2017 is hij arbeidsongeschikt geraakt door een val van een trap waarbij hij schouderletsel heeft opgelopen. Het herstel verliep niet naar wens en werknemer bleef restklachten houden. Op 3 december 2018 is werknemer gezien door een bedrijfsarts. De bedrijfsarts was van mening dat re-integratie ingezet kon worden en dat geen restrictie ten aanzien van het aantal uren of dagen noodzakelijk was. Ook op 7 januari 2019 kon de bedrijfsarts geen arbeidsrelevante beperkingen meer vaststellen. Werknemer heeft direct daarna zijn eigen werk fulltime hervat en daarvoor ook het volledige loon betaald gekregen. Tevens bleek uit een deskundigenoordeel van het UWV geen sprake te zijn van beperkingen van zodanige waard waardoor werknemer niet volledig geschikt zou zijn voor zijn eigen werk. Aan het einde van de wachttijd is een verzoek voor een WIA-uitkering gedaan. Dit verzoek is echter op 22 juli 2019 afgewezen. Op 9 augustus 2019 is werknemer door Lomitel bij het UWV hersteld gemeld. Op 27 augustus 2019 is werknemer weer ziek gemeld vanwege psychische klachten. Vanaf 1 september 2019 heeft Lomitel geen loon meer betaald. Werknemer vordert in kort geding doorbetaling van het loon.
Oordeel
Uit de vaststaande feiten blijkt dat werknemer in ieder geval op 22 juli 2019 volledig arbeidsgeschikt was voor zijn eigen werk, maar waarschijnlijk al veel eerder. Reeds in januari 2019 immers oordeelde de bedrijfsarts dat er 'geen specifieke arbeidsrelevante beperkingen' meer vastgesteld konden worden, en vast staat dat werknemer direct daarna weer full time zijn eigen werk heeft verricht. De vraag wanneer een werknemer weer geschikt is voor zijn eigen werk na een periode van arbeidsongeschiktheid, wordt beantwoord door de deskundigen. Dat antwoord hangt niet af van het moment waarop de werkgever besluit om van dat herstel melding te maken bij het UWV. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter in hoge mate aannemelijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de periode van loondoorbetalingsverplichting bij arbeidsongeschiktheid is onderbroken voor een langere periode dan vier weken, waardoor die verplichting opnieuw is begonnen met de ziekmelding op 27 augustus 2019. De gevorderde voorziening zal daarom worden toegewezen.