Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 oktober 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:8642
werkneemster/Caleido Kidzz Osdorperban B.V.
Feiten
Werkneemster is sinds 8 augustus 2016 in dienst bij Caleido Kidzz Osdorperban B.V. (hierna: Caleido) in de functie van pedagogisch medewerkster. Caleido exploiteert een kindercentrum, bestaande uit een kinderdagverblijf en een buitenschoolse opvang. In april 2018 heeft een ouder geklaagd over werkneemster, omdat zij tegen de kinderen zou schreeuwen en hen hardhandig bij de armen zou vastpakken. Op 20 juli 2018 is werkneemster emotioneel teruggekomen van een uitje met de kinderen. Zij gaf daarop aan dat een groep kinderen zich niet netjes gedroeg tijdens het uitje en dat zij soms de druk niet aankan. Op 11 juni 2019 hebben partijen een beëindigingsovereenkomst getekend, die door werkneemster twee dagen later weer is ontbonden. Naar aanleiding van een klacht over werkneemster heeft Caleido camerabeelden opgevraagd, waarop te zien is dat werkneemster een kind van 9 jaar oud – kort gezegd – aanhoudend hardhandig aanpakt. Daarop is werkneemster op 18 juni 2019 op staande voet ontslagen. Werkneemster verzoekt thans het ontslag op staande voet te vernietigen.
Oordeel
Onverwijldheid
De kantonrechter oordeelt allereerst dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. Er wordt van uitgegaan dat Caleido niet eerder dan op 17 juni 2019 in het bezit was van de camerabeelden. Verder geldt dat werkneemster op 11 juni 2019 met Caleido een beëindigingsovereenkomst heeft gesloten, zodat op het moment dat de directrice van Caleido hoorde van het incident, in de middag van 11 juni 2019, geen dienstverband met werkneemster meer bestond. Nadat de beëindigingsovereenkomst op 13 juni 2019 door werkneemster is ontbonden, heeft Caleido voortvarend gehandeld door direct toen zij de camerabeelden had ontvangen aan de gemachtigde van werkneemster te vermelden dat zij op grond daarvan zal worden ontslagen, maar dat zij eerst de reactie van werkneemster op de beelden wilde afwachten. Nadat werkneemster de beelden op 18 juni 2019 had bekeken, is diezelfde dag de ontslagbrief verzonden. Deze handelwijze is voldoende voortvarend geweest.
Dringende reden
De kantonrechter en de griffier hebben op de mondelinge behandeling de camerabeelden zonder geluid bekeken. Daarop was het volgende te zien. Een jongen zit alleen stil aan een tafel met zijn handen onder de tafel en zijn gezicht naar zijn handen gericht. Ineens komt werkneemster aangesneld en loopt van achteren naar de jongen en trekt hem van zijn stoel. Werkneemster trekt aan de arm van de jongen en de jongen maakt maaiende bewegingen met zijn armen. Werkneemster is groter dan de jongen; de jongen is ongeveer 1,40 meter groot. Werkneemster blijft trekken aan de jongen. Op een gegeven moment staat de jongen even stil en laat werkneemster hem los, terwijl zij tegen hem blijft praten. Daarna trekt zij opnieuw meerdere keren aan (de arm van) de jongen. In totaal duurde het filmpje anderhalve minuut. De beelden komen grotendeels overeen met de beschrijving daarvan in de ontslagbrief. Met Caleido wordt geoordeeld dat deze handelwijze ontoelaatbaar is voor een pedagogisch medewerker op een buitenschoolse opvang. Hoe vervelend en ongehoorzaam het gedrag van een kind ook moge zijn, een pedagogisch medewerkster aan wier zorg een kind is toevertrouwd mag een kind, tenzij de veiligheid van het kind, de andere kinderen, de pedagogisch medewerkers en/of omstanders dit noodzakelijkerwijs eisen, niet handtastelijk, bedreigend of intimiderend benaderen. In dit geval was geen sprake van een acute (nood)situatie, integendeel, het kind zat rustig aan de tafel. Met haar handelen heeft werkneemster onnodig een zeer onveilige en bedreigende situatie voor de jongen en de andere kinderen van de groep, die het gezien hebben, doen ontstaan. Verder geldt dat werkneemster op de hoogte was van de gevoelige geschiedenis van de negenjarige jongen. De jongen is getuige geweest van huiselijk geweld. Dit maakt haar handelwijze nog minder acceptabel. Ook eerdere klachten over het gedrag van werkneemster worden meegewogen. De conclusie is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Het vernietigingsverzoek van werkneemster wordt afgewezen.