Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 4 december 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:10931
werkneemster/Stichting Limburgs voortgezet onderwijs, Samenwerkingsbestuur voor bijzonder en openbaar onderwijs
Feiten
Werkneemster is per 1 september 2017 in dienst getreden van Stichting Limburgs voortgezet onderwijs, Samenwerkingsbestuur voor bijzonder en openbaar onderwijs (hierna: LVO) in de functie van Leraar LB (Teacher of Mathematics) bij het United World College (hierna: UWC), een onder LVO vallende school die Engelstalig onderwijs verzorgt voor leerlingen van verschillende nationaliteiten. Bij brief van 11 juni 2018 heeft LVO aan werkneemster geschreven dat het tijdelijke dienstverband als Leraar LB voor 1.0 fte wordt teruggebracht naar 0.6 fte en zal worden verlengd voor bepaalde tijd vanwege het feit dat werkneemster nog niet in het bezit is van een wettelijke onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs tot en met 31 juli 2019 (art. 9.a.4 lid 1CAO VO 2016/2017). Het dienstverband eindigt van rechtswege zonder dat opzegging is vereist indien werkneemster voor de einddatum geen wettelijke onderwijsbevoegdheid heeft behaald. Als werkneemster haar bevoegdheid behaalt voor de einddatum van de arbeidsovereenkomst wordt deze omgezet in onbepaalde tijd (art. 9.a.4 lid 7 CAO VO 2016/2017). Werkneemster heeft op 1 november 2018 de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media verzocht om erkenning van haar Ierse diploma. Dit verzoek is bij beslissing van 15 februari 2019 toegewezen. Op 1 maart 2019 is werkneemster medegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2019 niet zal worden verlengd. Werkneemster verzoekt onder meer een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst is geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Oordeel
Het bepaalde in artikel 9.a.4 lid 7 CAO VO is van belang; hierin staat: 'Onmiddellijk na het behalen van een wettelijke onderwijsbevoegdheid wordt de leraar benoemd voor onbepaalde tijd in de bij zijn functie behorende schaal zodra de leraar ten minste twaalf maanden in dienst is bij werkgever.' Nergens in de CAO VO is een bepaling opgenomen die ziet op erkenning van een buitenlandse onderwijsbevoegdheid en een daarmee samenhangend recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Uit de CAO volgt dat het de bedoeling van CAO-partijen is om het mogelijk te maken onbevoegde leraren in dienst te nemen, zij het op basis van tijdelijke overeenkomsten, met het doel dat de onderwijsbevoegdheid binnen – in beginsel – twee jaar wordt behaald. Hiertoe worden de onbevoegde leraren gefaciliteerd door de werkgever. Er is geen goed argument te bedenken, en door LVO ook niet aangevoerd, waarom het bepaalde in lid 7 niet zou gelden voor leraren met een (nog) niet in Nederland erkende buitenlandse onderwijsbevoegdheid. Kortom: uit de uitleg van zowel de CAO als de overeenkomst tussen partijen volgt dat de erkenning van werkneemsters buitenlandse onderwijsbevoegdheid gelijk staat aan het behalen van een onderwijsbevoegdheid, zodat aan díe voorwaarde voor totstandkoming van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is voldaan. Het werkwoord ‘worden’ is in lid 7 gebruikt als hulpwerkwoord om de lijdende vorm uit te drukken: ‘de leraar wordt benoemd voor onbepaalde tijd in de bij zijn functie behorende schaal’. Er moet dan zijn voldaan aan twee voorwaarden: ten eerste moet de leraar zijn onderwijsbevoegdheid hebben behaald en ten tweede moet de leraar ten minste twaalf maanden in dienst zijn bij de werkgever. Werkneemster voldeed op 1 maart 2019 aan beide voorwaarden. Het woord ‘Onmiddellijk’ en de woorden ‘wordt de leraar benoemd’ duiden niet op ruimte van de werkgever om na het intreden van het genoemde rechtsgevolg op grond van andere aan de werknemer te stellen voorwaarden dan de in 9.a.4 lid 7 CAO genoemde, te beslissen geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden. Het door LVO gestelde en door werkneemster betwiste disfunctioneren kan ook niet leiden tot een ander oordeel. Voor het antwoord op de vraag of aan werkneemster op grond van artikel 9.a.4 lid 7 CAO VO een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd toekomt, is het functioneren niet van belang, althans aan het functioneren van werkneemster mocht LVO niet (achteraf) voorwaarden stellen teneinde het rechtsgevolg van de omzetting te ontlopen. De kantonrechter zal dan ook voor recht verklaren dat de arbeidsovereenkomst tussen werkneemster en LVO van 11 juni 2018 is geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.