Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 29 november 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:9735

werkneemster/werkgeefster

Ontslag op staande voet wegens werkweigering of niet beschikbaar houden onterecht gegeven. Dat het niet is gekomen tot een gesprek of werkhervatting, is mede te wijten aan omstandigheden die voor rekening en risico van werkgeefster komen. Geen billijke vergoeding, omdat deze niet kan worden begroot.

Ontslag op staande voet

De verwijten die werkgeefster werkneemster heeft gemaakt, zijn kort gezegd werkweigering op 27 mei 2019 en het zich niet bereikbaar en/of beschikbaar houden voor de werkgever. De gestelde werkweigering levert geen dringende reden op, nu X heeft aangegeven dat de werkzaamheden in strijd waren met de goede zeden en dat het mogelijk was geweest om werkneemster andere werkzaamheden te laten verrichten. Los daarvan is in dit verband ook niet voldaan aan de eis van onverwijldheid, nu werkneemster pas twee maanden na dit voorval is ontslagen. Ook het zich niet bereikbaar houden voor werk of de werkgever is geen dringende reden. Tussen 27 mei 2019 en 28 juni 2019 is niet gebleken dat werkgeefster heeft geprobeerd contact te leggen met werkneemster. In juni heeft werkneemster contact gehad met de Arbodienst. Vanaf 28 juni 2019 heeft de gemachtigde van werkneemster namens haar veelvuldig contact gehad met werkgeefster. Alleen daarom al kan niet gezegd worden dat werkneemster niet bereikbaar was. Dat het niet is gekomen tot een gesprek tussen werkneemster en werkgeefster en eventuele werkhervatting is mede te wijten aan omstandigheden die voor rekening en risico van werkgeefster komen. De gemachtigde van werkneemster heeft vrijwel direct aangegeven een gesprek te willen in aanwezigheid van mediator. Enkele dagen voor de mediation heeft werkgeefster zonder overleg en zonder toelichting medegedeeld dat de mediator zou worden vervangen en verzocht om direct de volgende dag in gesprek te gaan. Dat is geen redelijk voorstel in het licht van de daaraan voorafgaande correspondentie en gemaakte afspraken. Nu geen van de aangevoerde redenen als dringende redenen kan worden aangemerkt, is de conclusie dat geen sprake is van rechtsgeldig ontslag op staande voet.

Billijke vergoeding

Werkneemster verzoekt zonder enige nader toelichting een billijke vergoeding van € 5.000. Gesteld noch gebleken is echter welke feiten en/of omstandigheden naast het volledig compenseren van het loonverlies tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dienen mee te wegen bij het bepalen van de hoogte van deze vergoeding. Dit had naar het oordeel van de kantonrechter wel op de weg van werkneemster gelegen. Nu zij dit heeft nagelaten kan de billijke vergoeding niet worden begroot en dient dit onderdeel van de vordering afgewezen te worden.