Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 27 november 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:10682
Feiten
Werknemer is in 2012 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Code Beveiliging B.V. (hierna: Code Beveiliging), en was laatstelijk als beveiliger A in de nachtdiensten bij de instelling Abrona werkzaam. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Particuliere Beveiliging van toepassing. Op 16 december 2018 is B. bij werknemer langsgegaan met een nieuwe gecorrigeerde vaststellingsovereenkomst. Werknemer heeft toen aangegeven de vaststellingsovereenkomst niet te willen tekenen. Op dat moment is werknemer op staande voet ontslagen vanwege – kort samengevat – slapen tijdens diensttijd. De kantonrechter heeft het aan werknemer door Code Beveiliging verleende ontslag op staande voet vernietigd. Het voorwaardelijk tegenverzoek is afgewezen. Code Beveiliging verzoekt het hof in het hoger beroep onder meer om voor recht te verklaren dat het verzoek van werknemer bij de kantonrechter tot vernietiging van het ontslag op staande voet ten onrechte is toegewezen, en vervolgens voorwaardelijk, voor zover de arbeidsovereenkomst tussen Code Beveiliging en werknemer niet al is beëindigd, te bepalen dat deze per de eerst mogelijke datum vanwege een dringende reden zal worden beëindigd.
Oordeel
Code Beveiliging verwijt werknemer volgens de ontslagbrief dat hij het alleen door hem te beveiligen object onbeheerd heeft achtergelaten, omdat hij heeft geslapen tijdens zijn dienst. Dat is wat werknemer kon begrijpen uit de ontslagbrief. Een datum waarop dit zou zijn gebeurd wordt niet genoemd in de ontslagbrief. Het hof stelt vast dat Abrona aan Code Beveiliging de opdracht heeft gegeven haar locatie als hier in geding te beveiligen. Code Beveiliging heeft niet betwist dat de bij haar in dienst zijnde beveiliger C. in haar opdracht in de nacht van 3 op 4 december 2018 ook op de locatie van Abrona aanwezig was. Hij heeft foto’s gemaakt waarop werknemer volgens Code Beveiliging ligt te slapen. Alleen al om de reden dat C. ook op de locatie aanwezig was in opdracht van Code Beveiliging is niet voldaan aan het vereiste in de cao VPB dat het om een alleen door werknemer te beveiligen object gaat. Daarbij is niet relevant of C. moest worden ingewerkt door werknemer of niet. Code Beveiliging heeft immers niet betwist dat C. ongeacht zijn – door werknemer betwiste – onbekendheid met de betreffende locatie en haar bewoners een ervaren beveiliger was. Of er is gesproken met werknemer en zo ja, wat er met hem is besproken over het onderwerp slapen tijdens de dienst en hoe werknemer daarop heeft gereageerd, kan het hof niet afleiden uit de summiere aantekeningen van Code Beveiliging. Evenmin kan het hof daaruit andere feiten en omstandigheden afleiden die erop duiden dat en wanneer werknemer slapend is aangetroffen tijdens zijn dienst. Code Beveiliging heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die, indien bewezen, kunnen leiden tot de vaststelling in rechte dat werknemer vaker heeft geslapen tijdens zijn dienst, laat staan dat hij daarop in voorkomend geval is aangesproken. Dat Code Beveiliging beleid heeft op het punt van slapen tijdens de dienst dat zij actief en regelmatig onder de aandacht van haar werknemers brengt en haar werknemers daarbij de ultieme consequentie van een ontslag op staande voet om die enkele reden voorhoudt, is voorts niet gebleken. De enkele mededeling daarover in een ongedateerde algemene nieuwsbrief, die naar zeggen van Code Beveiliging in november 2018 is uitgereikt, is daarvoor niet voldoende. Mede gelet op de leeftijd van werknemer is in deze omstandigheden een ontslag op staande voet vanwege slapen tijdens diensttijd, zo dit al zou komen vast te staan, een te zwaar middel. Het had in deze omstandigheden op de weg van Code Beveiliging gelegen om in plaats daarvan werknemer een officiële waarschuwing te geven. Het hof stelt vast dat werknemer op 21 augustus 2019 de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Het houdt partijen niet verdeeld dat ingevolge de toepasselijke cao VPB daarmee een einde is gekomen aan de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat het verzoek van Code Beveiliging om die arbeidsovereenkomst te ontbinden per de eerst mogelijke datum betekenisloos is geworden.