Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 17 maart 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:2333
Feiten
Werkgever werkt vanuit zijn eenmanszaak Workpool, waarmee hij zichzelf als chauffeur uitleent aan transportbedrijven. Workpool staat sinds 1 januari 2005 ingeschreven in het handelsregister als uitzendbureau/uitleenbureau. Toen werknemer in 2011 werk zocht, heeft werkgever hem via Workpool geholpen aan werk als chauffeur bij Pollotrans Kootwijkerbroek B.V. (hierna: Pollotrans). Workpool verzorgde de betalingen van loon (en onkostenvergoedingen) aan werknemer, alsmede de afdrachten van ingehouden sociale premies en loonheffing en ontving hiervoor een vergoeding van Pollotrans. Direct aansluitend aan deze periode is werknemer voltijd in loondienst getreden bij Pollotrans. Op deze arbeidsovereenkomst hebben Pollotrans en werknemer de cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de TLN-cao) van toepassing verklaard. Tussen partijen is vervolgens een geschil ontstaan over de vraag of werkgever (via Workpool) het volledige loon heeft betaald waarop werknemer aanspraak had in de periode van 1 april 2012 tot en met 29 februari 2016. Daarom vordert werknemer betaling van het loon en diverse toeslagen. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen. Hiertegen komt werknemer in hoger beroep op.
Oordeel
Werknemer legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij vanaf 1 april 2012 betaald had moeten worden overeenkomstig de TLN-cao en dat Workpool hem veel minder heeft betaald. Volgens werkgever heeft werknemer gekregen waar hij recht op had. Partijen zijn het met name oneens over de vragen (1) of werknemer op tijd zijn loonaanspraak aan de orde heeft gesteld; (2) wat voor overeenkomst partijen met elkaar zijn aangegaan en welke wettelijke bepalingen daarop van toepassing zijn; (3) of betaling van werknemer had moeten plaatsvinden overeenkomstig de TLN-cao en (4) over de bedragen die moeten worden betrokken in de berekeningen van het loon dat aan werknemer toekwam. Dat is in het kort waar het in deze zaak om gaat. Het hof is allereerst van oordeel dat een beroep op de klachtplicht niet opgaat, omdat het gaat om betalingen en niet om een (andere) prestatie die door werkgever verricht moest worden. Het beroep op rechtsverwerking slaagt eveneens niet. Voorts is de inhoud van de in 2011 gemaakte afspraken in geschil. Het hof merkt de overeenkomst tussen partijen, zoals die heeft gegolden van 1 september 2011 tot en met 29 februari 2016, aan als een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW. Vast staat dat werknemer door tussenkomst van Workpool voor Pollotrans is gaan werken en dat zowel werkgever en Pollotrans als werknemer en werkgever daarvoor met elkaar afspraken hebben gemaakt, in elk geval over de door Pollotrans aan werkgever te betalen vergoeding en het door werkgever aan werknemer te betalen uurloon. Ook staat vast dat Workpool de loonbetaling aan werknemer verzorgde en aan Pollotrans een vergoeding in rekening bracht. Voorts dient het hof te beoordelen of werkgever op grond van de uitzendovereenkomst met werknemer gehouden was om aan hem als chauffeur van Pollotrans hetzelfde loon te betalen als het loon waarop de chauffeurs die in loondienst waren bij Pollotrans aanspraak hadden. Hiertoe overweegt het hof dat artikel 8 van de Waadi van toepassing was, wat betekent dat werknemer ten minste recht had op dezelfde arbeidsvoorwaarden, waaronder loon. De vraag is vervolgens of dit ook geldt voor de periode waarin de TLN-cao niet avv was. Nu werknemer zich beroept op het rechtsgevolg van de toepasselijkheid van de TLN-cao is het aan hem om te bewijzen dat de TLN-cao door incorporatie van toepassing was voor de chauffeurs in loondienst bij Pollotrans in de genoemde periodes. Het hof zal hem gelegenheid hiertoe geven. Uit voorgaande volgt dat werknemer in elk geval in de avv-periodes van de TLN-cao recht had op loon volgens de TLN-cao. Voor de overige periodes waarop de vordering ziet, dient de bewijslevering te worden afgewacht. Ook de vraag ten aanzien van het bedrag aan reeds ontvangen loon is afhankelijk van de uitkomst van de bewijslevering. Werknemer zal daarom worden toegelaten tot het bewijs van de toepasselijkheid van de TLN-cao in de periode waarin geen avv gold. Afhankelijk van de uitkomst van die bewijslevering zal worden vastgesteld in welke periodes de beloning van werknemer overeenkomstig de TLN-cao had moeten plaatsvinden. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.