Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ArcelorMittal Staalhandel B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 5 november 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:11804
Als gevolg van organisatorische wijzigingen is de functie van werknemer komen te vervallen en de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV opgezegd. Werknemer heeft bedrijfseconomische noodzaak onvoldoende weersproken. Verzoek tot herstel arbeidsovereenkomst afgewezen.

Feiten

Werknemer is in dienst geweest van ArcelorMittal Staalhandel B.V. (hierna: ArcelorMittal) in de functie van supervisor. Begin 2018 heeft ArcelorMittal besloten om in plaats van een drieploegensysteem een tweeploegensysteem in te voeren. In maart 2018 heeft de invoering daarvan plaatsgevonden. Hiermee is de functie van werknemer komen te vervallen. Op dat moment was werknemer arbeidsongeschikt. Nadat werknemer volledig arbeidsgeschikt is bevonden, heeft ArcelorMittal eind januari 2019 bij het UWV een aanvraag ingediend voor een ontslagvergunning op grond van bedrijfseconomische redenen. Het UWV heeft ArcelorMittal toestemming gegeven de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen. ArcelorMittal heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd per 1 augustus 2019. Werknemer verzoekt thans herstel van het dienstverband op grond van artikel 7:682 lid 1 sub a BW.

Oordeel

Gelet op het wettelijk toetsingskader zal (onder meer) beoordeeld moeten worden of de beslissing van ArcelorMittal om de arbeidsplaats van werknemer op te heffen noodzakelijk is in het belang van een doelmatige bedrijfsvoering. Daarbij wordt vooropgesteld dat bij die beoordeling een zekere mate van terughoudendheid past. De bedrijfseconomische noodzaak is volgens ArcelorMittal gelegen in organisatorische veranderingen, te weten het invoeren van een tweeploegensysteem en een aantal wijzigingen als verhoging van de werkweek van 36,375 uur naar 37,5 uur en de verlenging van het tijdvenster van de ploegen van 06:00 tot 22:00 uur. Als gevolg van deze wijzigingen is de functie van werknemer volgens ArcelorMittal komen te vervallen, alsmede die van drie andere medewerkers. Werknemer heeft nagelaten hiertegen concreet verweer te voeren. Werknemer heeft de door ArcelorMittal gestelde bedrijfseconomische noodzaak tot wijziging van de organisatie dan ook niet, althans onvoldoende weersproken. Ten aanzien van de communicatie heeft werknemer aangevoerd dat ArcelorMittal niet met hem heeft gecommuniceerd over de wijzigingen binnen de organisatie en met name niet over het vervallen van zijn functie. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor deze kritiek van werknemer, valt dit niet binnen het toetsingskader en biedt hem dit dan ook geen soelaas. Werknemer heeft verder gesteld dat, voor zover er al verschillen zijn tussen de oude en nieuwe supervisorfunctie, hij in staat is om de nieuwe supervisorfunctie te vervullen en dat ArcelorMittal hem ten onrechte niet in staat heeft gesteld die nieuwe functie te vervullen. Hiertegen heeft ArcelorMittal onderbouwd gesteld dat er wel degelijk verschillen bestaan tussen de oude en nieuwe supervisorfunctie. De oude supervisorfunctie betreft een strikt leidinggevende functie waarbij niet aan het werkproces wordt deelgenomen, terwijl in de nieuwe functie een operationele rol wordt vervuld waarbij wel aan het werkproces wordt deelgenomen, aldus ArcelorMittal. Wat hier ook van zij, dit betoog behoeft verder geen bespreking meer. Werknemer heeft immers de door ArcelorMittal gehanteerde afspiegelingsberekening niet althans onvoldoende weersproken. Er kan dan ook worden uitgegaan van de juistheid van deze berekening, waaruit volgt dat hij voor ontslag in aanmerking komt. Door werknemer is verder niet betwist dat er ook anderszins geen mogelijkheden tot herplaatsing zijn in een andere passende functie binnen een redelijke termijn. Gelet op het voorgaande bestaat er geen reden om ArcelorMittal te veroordelen de arbeidsovereenkomst met werknemer te herstellen. Afwijzing van het verzoek van werknemer volgt.