Naar boven ↑

Rechtspraak

Dehatra B.V./werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 24 juni 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:4901
Het hof kan uit de filmopnames, afkomstig van het door werkgever ingeschakelde recherchebureau, geen oordeel vellen over de vraag of werknemer de volle twee uur aan aangepast werk had kunnen verrichten. Toewijzing loondoorbetalingsverzoek werknemer.

Feiten

Werknemer werkt als sloper/asbestmedewerker bij Dehatra. Op 4 maart 2019 raakt werknemer arbeidsongeschikt. Op 17 september 2019 oordeelt de bedrijfsarts dat werknemer aangepast werk kan verrichten. Dehatra biedt werknemer twee keer twee uur per week werkzaamheden aan bij de weegbrug. Op de tweede werkdag vertrekt werknemer na anderhalf uur, omdat hij de werkzaamheden te zwaar vindt. Bij de directeur van Dehatra ontstond twijfel over de ziekmelding van werknemer en daarop heeft hij een recherchebureau ingeschakeld. Het recherchebureau heeft in het weekend van 9 en 10 november 2019 filmopnamen gemaakt van werknemer op de Sneupersmarkt in Heerenveen. Daarop is zichtbaar dat werknemer op de Sneupersmarkt in Heerenveen goederen uit een personenauto laadt en in een winkelwagentje legt, zich over een tafel op die markt buigt en later weer goederen in de auto laadt. Werknemer krijgt op 14 november 2019 uitslag van MRI-scans. Op enkele plaatsen in de wervelkolom is sprake van ‘forse modic veranderingen’ en ‘forse discopathie’. Na een consult op 21 november 2019 oordeelt de bedrijfsarts dat de prognose voor het eigen werk van werknemer niet goed is. Dehatra heeft werknemer op 9 december 2019 op staande voet ontslagen wegens leugenachtig gedrag, het fingeren van de ernst van zijn beperkingen en het onthouden van informatie over zijn activiteiten in het weekeinde aan haar en aan de bedrijfsarts, waarmee werknemer het vertrouwen onwaardig is geworden. Werknemer heeft bij zijn verzoek tot vernietiging van dat ontslag om een voorlopige voorziening verzocht. De kantonrechter heeft de als voorlopige voorziening verzochte loondoorbetaling toegewezen. Dehatra heeft tegen dit oordeel hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Zelfs als het hof ervan zou uitgaan dat werknemer een meldplicht zou hebben van de activiteiten op de Sneupersmarkt en daarvan geen melding heeft gemaakt, dan nog valt niet in te zien dat Dehatra en/of de bedrijfsarts daardoor op het verkeerde been zijn gezet. De ‘pijn’ zit voor Dehatra in het feit dat werknemer op 9 en 10 november 2019 kennelijk bepaalde bewegingen kan maken, terwijl hij op de tweede werkdag na anderhalf uur bij de weegbrug te veel last van zijn rug zegt te krijgen. Het hof kan in ieder geval niet aan de hand van de filmopnames uit november 2019 zelf een medisch oordeel vellen over de vraag of werknemer op 11 of 14 oktober 2019 redelijkerwijs de volle twee uur had kunnen doorwerken bij de weegbrug, gelet op de pijnklachten die hij die dag heeft ervaren. Ook de bedrijfsarts velt dat oordeel niet. De vraag of de werkzaamheden bij de weegbrug passende arbeid voor werknemer zijn, heeft de bedrijfsarts op 15 oktober 2019 opgeschort in afwachting van de MRI-uitslagen en vervolgens in afwachting van het onderzoek naar de benutbare mogelijkheden. Dat de BML pas op 17 maart 2020 kon worden opgesteld komt omdat Dehatra heeft geweigerd werknemer eerder door de bedrijfsarts te laten oproepen. Dehatra heeft werknemer na 15 oktober 2019 ook niet opgeroepen om ander aangepast werk te verrichten. Het hof heeft vooralsnog onvoldoende reden om aan te nemen dat de bodemrechter bij een inhoudelijke toetsing tot het oordeel zal komen dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Daarbij past dat bij wijze van voorlopige voorziening het loon moet worden doorbetaald totdat de kantonrechter beslist.