Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden (OZHW)
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 16 juli 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:6375
Arbeidsongeschikte docente verschijnt niet op afspraak bedrijfsarts en laat na sollicitatieactiviteiten te verrichten in het kader van het tweede spoor. Werkgever heeft terecht de loonbetaling gestopt. Deskundigenverklaring (art. 7:629a lid 1 BW) in kort geding niet vereist.

Feiten

Werkneemster is in dienst bij de Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden (hierna: OZHW) als docente Engels. Zij heeft zich op 1 oktober 2018 ziek gemeld. Op 15 januari 2019 heeft de bedrijfsarts mediation geadviseerd om het onderliggende arbeidsconflict aan te pakken. Het mediationtraject is gestart in april 2019 en een maand later tijdelijk stopgezet. Op 22 november 2019 heeft de bedrijfsarts het opstarten van een tweedespoortraject geadviseerd. In februari 2020 is het mediationtraject hervat. Op 9 maart 2020 heeft de verzuimspecialist contact gehad met werkneemster over het tweedespoortraject. Werkneemster heeft daarop aangegeven dat zij volledig arbeidsongeschikt is. Op 2 april 2020 is werkneemster niet op een afspraak met de bedrijfsarts verschenen. Per e-mail van 9 april 2020 heeft OZHW medegedeeld de loonbetaling dientengevolge te staken. Op 7 mei 2020 heeft werkneemster (alsnog) contact gehad met de bedrijfsarts. OZHW heeft aangegeven dat werkneemster een lijst met sollicitatieactiviteiten dient over te leggen in het kader van het tweede spoor. Werkneemster heeft dit tot op heden niet gedaan. Werkneemster vordert in kort geding OZHW te veroordelen tot loondoorbetaling vanaf 1 april 2020. Zij stelt daartoe dat OZHW per 1 april 2020 gestopt is met het betalen van loon. Deze loonstop is niet van tevoren aangekondigd, kan niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd en daarnaast stelt werkneemster dat zij voldoet aan haar re-integratieverplichtingen.

Oordeel

Deskundigenverklaring in kort geding niet vereist

De kantonrechter oordeelt allereerst dat werkneemster kan worden ontvangen in haar vordering. Zij heeft in deze procedure weliswaar geen deskundigenverklaring ex artikel 7:629a lid 1 BW overgelegd, maar uit het arrest van de Hoge Raad van 14 september 2018 (zie AR 2018-1038) volgt dat het vereiste overleggen van die verklaring in kort geding niet geldt. In kort geding wordt het aan de rechter overgelaten om te bepalen of het overleggen van een deskundigenverklaring wenselijk is. Gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, ziet de kantonrechter geen grond om overlegging van die verklaring te verlangen.

Loonstop terecht?

Artikel 7:629 lid 7 BW houdt geen verplichting in voor de werkgever om voorafgaand aan de loonmaatregel een waarschuwing te geven. Wel dient de grond waarop de loonmaatregel gebaseerd is onverwijld medegedeeld te worden aan de werknemer. OZHW heeft aan deze verplichting voldaan: het ging, kort gezegd, in eerste instantie om het alsnog verschijnen bij de bedrijfsarts en, vervolgens, daarnaast ook om het verrichten van de in het kader van het tweede spoor verlangde sollicitatieactiviteiten. Wat betreft het verschijnen bij de bedrijfsarts constateert de kantonrechter dat niet is gebleken van een goede reden voor het door werkneemster niet door hebben laten gaan van het (telefonische) gesprek met de bedrijfsarts op 2 april 2020. Nu dit gesprek alsnog heeft plaatsgevonden op 7 mei 2020, heeft de loonstop in zoverre terecht over de tussenliggende periode plaatsgevonden. In het midden kan blijven of de loonstop ten onrechte al per 1 april 2020 is ingegaan, zoals werkneemster nog heeft betoogd, aangezien niet is gebleken dat zij bij loondoorbetaling over die ene dag een spoedeisend belang heeft. Wat betreft de sollicitatieactiviteiten acht de kantonrechter in kort geding vaststaan dat deze structureel onder het gevraagde niveau zijn gebleven. Bij de beoordeling hiervan zijn de belangrijkste medische aanknopingspunten het door de bedrijfsarts op 20 december 2019 opgestelde Inzetbaarheidsprofiel en de brief van de bedrijfsarts van 8 mei 2020 waarin hij verklaart dat dit Inzetbaarheidsprofiel nog steeds geldig is. Hieruit volgt dat werkneemster, met enige beperkingen, belastbaar is. Niet is onderbouwd of aanstonds inzichtelijk dat de verzuimspecialist met de gevraagde sollicitatieactiviteiten werkneemster medisch of arbeidskundig heeft overvraagd. Slotsom is dat OZHW de loonstop ook na het alsnog bezoeken van de bedrijfsarts door werkneemster op 7 mei 2020 heeft mogen handhaven, toen vanwege het inmiddels onvoldoende verrichten van de in het kader van het tweede spoor verlangde sollicitatieactiviteiten. Afwijzing van de loonvordering van werkneemster volgt.