Naar boven ↑

Rechtspraak

Transcarbo Kunststof Ramen B.V./werkneemster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 10 juli 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:5194
Ontbinding arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Transitievergoeding toegewezen. Geen billijke vergoeding toegewezen omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door werkgever.

Feiten

Werkneemster is sinds 8 oktober 1991 in dienst van Transcarbo Kunststof Ramen B.V. (hierna Transcarbo). Aanvankelijk was zij fulltime productiemedewerkster, maar toen zij kinderen kreeg is zij minder uren op de administratie gaan werken. Op enig moment (rond 2003) is de functie die werkneemster toen uitoefende komen te vervallen en is haar aangeboden om weer in de productie te werken, hetgeen zij ook is gaan doen. Vanwege een inmiddels veranderd productieproces was dit echter voor minder uren per week mogelijk. Vanaf 2015 is werkneemster extra gaan werken, zulks naar aanleiding van haar verzoek om meer uren te mogen werken. Op 5 februari 2018 heeft werkneemster zich ziek gemeld. De bedrijfsarts adviseerde op 27 februari 2018 om problemen in de arbeidsverhoudingen op te lossen. In de periode die hierop volgde, is diverse malen tussen werkneemster en Transcarbo gecommuniceerd. Het daaropvolgende mediationtraject, waarbij Transcarbo een conceptvaststellingsovereenkomst heeft aangeboden, heeft verder niet tot (relevante) resultaten geleid. Op 6 juli 2018 heeft de bedrijfsarts wederom geoordeeld dat sprake was van een langdurend arbeidsconflict. De verzekeringsarts van het UWV sloot zich hierbij aan. Na het hervatten van mediation en een kortgedingprocedure is werkneemster vervolgens vanaf 19 januari 2019 weer werkzaamheden gaan verrichten. Toch hield de communicatie, waarin werkneemster diverse verwijten uitte, aan. Op 16 september 2019 heeft werkneemster zich weer ziek gemeld, omdat volgens haar niets aan de situatie was veranderd. Na overleg met de HR-adviseur hebben partijen onderhandeld over een manier om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen; dit is echter niet gelukt. In deze procedure verzoekt Transcarbo daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond. Werkneemster verweert zich hiertegen en verzoekt, voor het geval de ontbinding toch toegewezen wordt, een billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding toe. Zowel de bedrijfsarts als de deskundige van het UWV heeft reeds medio 2018 geconstateerd dat in hun optiek op dat moment sprake was van een langdurig arbeidsconflict. Gelet op de in de procedure aangehaalde correspondentie tussen partijen daarna en de overige zich in het dossier bevindende stukken alsmede het verhandelde ter zitting, dient geconcludeerd te worden dat daar tot op heden geen verbetering in is gekomen en dat de onderlinge verstandhouding tussen partijen sindsdien eigenlijk alleen maar is verhard. Pogingen om tot een normalisering van de arbeidsverhouding te komen hebben niet tot het gewenste resultaat geleid. Dat er, zoals werkneemster stelt, vanaf 2017 (slechts) sprake is van ‘enige frictie’ tussen partijen, lijkt tegen beter weten in te worden aangevoerd. Er is thans sprake van een impasse, waarbij de standpunten van partijen dermate ver van elkaar verwijderd zijn geraakt dat naar het oordeel van de kantonrechter de kans op een vruchtbare samenwerking in de toekomst nihil is. Transcarbo heeft zich bereid verklaard de transitievergoeding te betalen en wordt daartoe dan ook veroordeeld. Verder is de kantonrechter van oordeel dat Transcarbo daarbij geen billijke vergoeding verschuldigd is, omdat van enig ernstig verwijtbaar handelen door Transcarbo niet is gebleken. De verwijten die werkneemster hiertoe aandraagt, zijn niet voldoende concreet onderbouwd.