Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 26 mei 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:4974
Feiten
Werknemer werkte vanaf 8 januari 2018 al zakelijk adviseur en sales engineer PV systemen bij Volta Solar B.V. (hierna: Volta), aanvankelijk als uitzendkracht en vanaf 1 mei 2019 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot en met 7 januari 2020) met Volta. Zijn laatstverdiende loon bedroeg € 2.400 per maand exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten. Werknemer heeft in de derde week van november via een teammanager van Volta (zo volgt uit de naar aard en inhoud onbetwist gebleven schriftelijke verklaring van bedoelde teammanager) een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever aanvaard, waar hij aansluitend na de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met Volta in dienst is getreden. Volta heeft werknemer niet schriftelijk geïnformeerd omtrent het (al dan) niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:668 lid 1 BW. Werknemer verzoekt onder meer de veroordeling van Volta tot betaling van de aanzegvergoeding ex artikel 7:668 lid 3 BW.
Oordeel
Ten aanzien van de aanzegvergoeding oordeelt de kantonrechter dat het in de onderhavige situatie, waarin werknemer in de derde week van november en via een teammanager van Volta een baan elders heeft aanvaard aansluitend aan zijn arbeidsovereenkomst bij Volta (dus vanaf 8 januari 2020) en ook daadwerkelijk bij die andere werkgever in dienst is getreden, toekenning van een ten laste van de werkgever komende aanzegvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Beide partijen waren er immers reeds in de derde week van november van op de hoogte dat werknemer aansluitend elders werk had aanvaard, zodat het schriftelijk informeren over het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst met Volta geen reëel doel meer zou dienen. Dit onderdeel van het verzoek zal daarom worden afgewezen.