Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 16 maart 2006 een ongeval overkomen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden voor werkgeefster. Bij dat ongeval heeft werknemer letsel opgelopen aan zijn linkerknie(schijf). De functionele invaliditeit is vastgesteld op 4%. Per 28 juli 2009 is werknemer volledig arbeidsongeschikt verklaard. Werkgeefster heeft de aansprakelijkheid voor (de gevolgen van) het ongeval erkend. In 2013 heeft werkgeefster besloten het schadetraject eenzijdig te gaan afwikkelen, omdat zij de schadeafwikkeling traag vond verlopen door toedoen van werknemer. Er is vervolgens in totaal een bedrag van € 32.400 betaalbaar gesteld, waarvan € 16.400 vanwege buitengerechtelijke kosten. Eind 2017 heeft een hoogleraar – partijen hadden afgesproken dat hij de psychiatrische expertise zou gaan verrichten – gerapporteerd dat de psychische klachten van werknemer niet gerelateerd zijn aan het ongeval. Werkgeefster heeft vervolgens de declaratie van de hoogleraar voldaan, waarna zij het dossier in april 2018 heeft gesloten. Werknemer verzoekt bij wijze van deelgeschil te bevelen dat werkgeefster moet meewerken aan de continuering van de psychiatrische expertise bij een andere psychiater dan wel bij de hoogleraar.
Oordeel
Deelgeschil niet de aangewezen route
De kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een beoordeling in deelgeschil. Daartoe is allereerst van belang dat zowel uit de stukken als op zitting duidelijk is geworden dat werknemer een nieuwe psychiatrische expertise wenst om duidelijkheid te krijgen over de vraag of sprake is psychisch letsel als gevolg van het ongeval. Van een continuering is dan ook geen sprake. Zoals werkgeefster terecht heeft aangevoerd en ook de gemachtigde van werknemer bekend is, is daarvoor het verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv de geëigende weg, en niet het deelgeschil. Bij die procedure is werkgeefster ook gehouden om aan het deskundigenonderzoek medewerking te verlenen, zodat een verzoek tot medewerking zoals hier gevorderd evenmin nodig is. Reeds daarom is werknemer niet ontvankelijk in zijn (primaire) verzoek. De overige verzoeken zijn nevenverzoeken ten opzichte van het primaire verzoek. Een beslissing over die nevenverzoeken brengt partijen niet dichter bij elkaar, zodat die verzoeken zich niet lenen voor behandeling in deelgeschil.
Kosten deelgeschil
De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een volstrekt onnodig ingestelde procedure voor wat betreft alle ingediende verzoeken. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat de gemachtigde van werknemer veelvuldig in deelgeschil procedeert, LSA-lid is en een specialistisch uurtarief rekent en mitsdien bekend mag worden verondersteld met de situaties waarvoor het deelgeschil bedoeld is. Naar het oordeel van de kantonrechter wist de gemachtigde van werknemer, althans behoorde hij te weten, dat hij onder de gegeven omstandigheden waar primair om een nieuw deskundigenbericht wordt verzocht, een verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht had moeten opstarten. Het opstarten van een deelgeschil levert onder die omstandigheden oneigenlijk gebruik van de deelgeschilprocedure op. De kosten van de behandeling van het verzoek komen, gelet op het voorgaande, dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.