Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 juli 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:6544
Feiten
Werknemer is op 7 augustus 2017 in dienst getreden bij werkgeefster. Sinds februari 2019 is werknemer op verschillende wijzen door werkgeefster aangesproken op onder andere zijn werktijden en functioneren. Bij brief d.d. 21 januari 2020 heeft werkgeefster de arbeidsovereenkomst opgezegd per 28 februari 2020 omdat werknemer niet op tijd komt, maar werkgeefster ‘ook wat punctualiteit, dossierkennis, zorgvuldigheid en dergelijk betreft [...] geen echte verbetering [ziet]’. Om werknemer tegemoet te komen is hem een vaststellingsovereenkomst aangeboden. Er heeft een gesprek plaatsgevonden, dat op enig moment fysiek is geworden. Partijen hebben geen schikking bereikt. Bij brief d.d. 13 februari 2020 is werknemer op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt onder meer betaling van een billijke vergoeding, de transitievergoeding en achterstallig loon.
Oordeel
Werkgeefster heeft de volgende dringende redenen aan het ontslag ten grondslag gelegd: (1) werknemer heeft als voorwaarde voor medewerking aan de beëindiging van het dienstverband verbonden dat werkgeefster fraude zou plegen; (2) werknemer heeft zich niet gehouden aan redelijke aanwijzingen en instructies; (3) werknemer heeft getracht om met zijn bedrijfsauto zijn leidinggevende te overrijden wat is voorkomen doordat zijn leidinggevende zichzelf in veiligheid kon brengen; (4) werknemer heeft de veiligheid van mensen en materieel in gevaar gebracht; (5) het gedrag van werknemer staat niet op zichzelf wat blijkt uit het feit dat hij eerder is aangesproken op het zich niet houden aan afspraken, instructies en voorschriften. De eerste vier redenen zien op de gebeurtenissen tijdens en na het gesprek op 13 januari 2020. De kantonrechter is van oordeel dat wat op 13 februari 2020 door werknemer gedaan is voldoende vast is komen te staan en dusdanig ernstig is dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang mocht worden beëindigd. Hierdoor kan in het midden worden gelaten of voorafgaand aan 13 februari 2020 ook al sprake was van het zich niet houden aan afspraken, instructie en voorschriften.