Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 21 juli 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:5766
Feiten
Op 1 februari 2013 is werknemer bij Alliander N.V. in dienst getreden, als productmanager C. Vanaf de indiensttreding van werknemer hebben er meerdere beoordelingsgesprekken plaatsgevonden door verschillende leidinggevenden. Vanaf 2013 werd het totale functioneren van werknemer steeds beoordeeld met een cijfer rond de 3 op een schaal van 5; hier was werknemer het telkens niet mee eens. In 2018 heeft een e-mailwisseling plaatsgevonden tussen werknemer en zijn leidinggevende. Op 3 oktober 2018 heeft naar aanleiding van het weglopen van werknemer uit een meeting op 26 september 2018 en de door hem verzonden e-mails een gesprek plaatsgevonden. Vervolgens heeft Alliander werknemer bij brief van 4 oktober 2018 een schorsing van een week opgelegd. Daarnaast heeft zij werknemer de keuze gegeven tussen ontslag met wederzijds goedvinden of een verbetertraject. Werknemer heeft voor het verbetertraject gekozen. Op 18 februari 2019 heeft de laatste evaluatie van dit traject plaatsgevonden, waarbij de leidinggevenden hebben aangegeven dat er onvoldoende verbetering is opgetreden in de persoonlijke ontwikkeling van werknemer, en dat hij niet langer in zijn functie kan aanblijven. Werknemer heeft hier niet mee ingestemd. Daarom heeft Alliander in eerste aanleg ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden op de g-grond, met afwijzing van de verzochte billijke vergoeding. Werknemer is tegen dit oordeel in hoger beroep gekomen.
Oordeel
Ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding
Werknemer verzet zich allereerst tegen het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Het hof heeft geconstateerd dat partijen een geheel andere visie hebben op (de kwaliteit van) hun samenwerking. In februari/maart 2018 ontstond discussie tussen de leidinggevende en werknemer over diens beoordeling. Door het incident tijdens de meeting op 26 september 2018 en de gestuurde e-mailberichten van 28 en 30 september 2018 van werknemer, is de relatie tussen werknemer en de leidinggevenden tot een dieptepunt gedaald. Anders dan werknemer betoogt, is het hof van oordeel dat al vóór september/oktober 2018 sprake was van een situatie waarin het vertrouwen in werknemer ernstig was beschadigd door de halsstarrige houding van werknemer die keer op keer opmerkingen in beoordelingen over zijn gedrag en houding weigerde te accepteren. Het hof acht op grond van het bovenstaande voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een zodanige verstoorde verhouding dat van Alliander redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Alliander heeft werknemer met het verbetertraject een reële kans gegeven om het vertrouwen terug te winnen, maar werknemer is er niet in geslaagd de leidinggevende ervan te overtuigen dat verdere samenwerking mogelijk was. Hoewel het beter zou zijn geweest als Alliander een mediationtraject had beproefd, acht het hof deze omissie niet zodanig dat Alliander daarmee ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Ook overigens is de verstoorde verhouding, anders dan werknemer stelt, gelet op het hiervoor overwogene niet (in overwegende mate) aan Alliander te wijten.
Herplaatsingsverplichting
Werknemer stelt verder dat Alliander niet heeft voldaan aan het herplaatsingsvereiste. Het hof is van oordeel dat Alliander, gelet op de specifiek inhoudelijke vaardigheden van werknemer op het terrein van vergroening en zijn daardoor beperkte inzetbaarheid elders, voldoende heeft aangetoond dat zij heeft gedaan wat mogelijk was en in de rede lag om werknemer te herplaatsen. Beide gronden van werknemer falen dus en het beroep wordt verworpen.