Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Aspenal B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 augustus 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:7725
Loonstop terecht toegepast. Deskundigenverklaring ontbreekt, terwijl het aanvragen hiervan voor werknemer niet onmogelijk was. Loonvordering afgewezen.

Feiten

Werknemer is op 3 april 2017 bij Aspenal in dienst getreden in de functie van algemeen medewerker/polijster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 2 november 2017. Op 22 juni 2017 is werknemer ten val gekomen tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden, waardoor hij arbeidsongeschikt is geraakt. Bij brief van 28 augustus 2017 heeft Aspenal aan werknemer onder meer een loonstop opgelegd. Op 2 november 2017 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Partijen twisten over de vraag of het loon van werknemer terecht is stopgezet.

Oordeel

Loonstop per 28 augustus 2017

Het antwoord op de vraag of werknemer met recht geweigerd heeft gevolg te geven aan de oproep om per 28 augustus 2017 zijn werkzaamheden te verrichten, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of het daaraan ten grondslag liggende oordeel van de bedrijfsarts van 16 augustus 2017 juist is. Voor dergelijke situaties schrijft artikel 7:629 lid 1 BW voor dat bij de dagvaarding een verklaring van een deskundige van het UWV moet worden overgelegd omtrent de verhindering van de werknemer om de bedongen of andere passende arbeid te verrichten. Vast staat dat een dergelijke verklaring hier ontbreekt. Onder deze omstandigheden bestaat echter geen aanleiding om een uitzondering hierop aan te nemen. Daartoe wordt overwogen dat niet is gebleken dat werknemer daadwerkelijk bij het UWV een deskundigenoordeel met betrekking tot het oordeel van 16 augustus 2017 van de bedrijfsarts heeft aangevraagd, ook niet nadat zowel de bedrijfsarts als Aspenal werknemer gewezen heeft op deze mogelijkheid. Niet is gebleken dat het aanvragen van een deskundigenoordeel onmogelijk was. Dit leidt ertoe dat derhalve wordt uitgegaan van de juistheid van het oordeel van de bedrijfsarts en derhalve dat Aspenal terecht tot een loonstop is overgegaan. Dat brengt met zich dat het deel van de loonvordering van werknemer dat betrekking heeft op betaling van (100% van) het loon vanaf 28 augustus 2017 tot 2 november 2017 strandt. Nu de arbeidsovereenkomst op 2 november 2017 van rechtswege is geëindigd, kan werknemer ook na die datum geen aanspraak meer maken op loondoorbetaling.

Betaling van 100% van het loon vanaf 22 juni 2017 tot 28 augustus 2017

Werknemer vordert doorbetaling van 100% van het loon vanaf 22 juni 2017. Volgens werknemer heeft Aspenal slechts 70% van het loon doorbetaald terwijl hij op grond van artikel 67 lid 1 (a) van de cao gedurende de eerste zes maanden tijdens ziekte recht heeft op doorbetaling van 100% van het loon. Aspenal erkent dat werknemer recht heeft op 100% en dat slechts 70% aan werknemer is betaald, maar Aspenal heeft zich op het standpunt gesteld dat zij te veel loon heeft betaald, hetgeen met elkaar kan worden verrekend. De enkele stelling dat de bedragen in de financiële afrekening niet kloppen, is onvoldoende om van de onjuistheid van de financiële afrekening en het verweer van Aspenal uit te gaan. Het had op de weg van werknemer gelegen om concreet te stellen en met stukken te onderbouwen wat dan wel de juiste bedragen zouden zijn. Dit heeft hij niet gedaan. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van werknemer zal worden afgewezen.