Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18 september 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:8411
Feiten
Werkneemster is met ingang van 1 juni 2013 in dienst getreden van Asito. Sinds 20 maart 2018 is werkneemster arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts heeft op 30 april 2019 geadviseerd om onderlinge contacten te onderhouden en re-integratie tweede spoor voort te zetten. Op 21 juni 2019 heeft het UWV op verzoek van werkneemster een deskundigenoordeel gegeven, waarin is vermeld dat de re-integratie-inspanningen van werkneemster onvoldoende zijn, dat er benutbare mogelijkheden zijn en activiteiten naar passend werk kunnen worden uitgevoerd. Over de periode tot het deskundigenoordeel heeft Asito het loon stopgezet en aangezien Asito van oordeel was dat werkneemster ook daarna nog onvoldoende meewerkte aan de re-integratie, is de loonstop van kracht gebleven, uiteindelijk tot de dag dat werkneemster het trajectplan in het kader van re-integratie in het tweede spoor heeft ondertekend. Op 19 december 2019 heeft werkneemster wederom een deskundigenoordeel aangevraagd, waarin wederom is geoordeeld dat werkneemsters inspanningen onvoldoende zijn. Werkneemster vordert betaling van salaris, althans ziekengeld over de maanden juni tot en met augustus 2019.
Oordeel
Uit de oordelen van de bedrijfsarts, het arbeidsdeskundig onderzoek en de twee deskundigenoordelen van het UWV volgt dat werkneemster in staat wordt geacht activiteiten in het kader van re-integratie in het tweede spoor te ontplooien. Door zich op het standpunt te stellen dat zij niet in staat is mee te werken aan re-integratie in het tweede spoor en door te weigeren het trajectplan in het kader van re-integratie in het tweede spoor te ondertekenen, heeft werkneemster de op haar rustende re-integratieverplichting geschonden. Bij brief van 7 mei 2019 heeft Asito bovendien aangekondigd een loonstop toe te passen, indien werkneemster zou blijven weigeren het trajectplan te ondertekenen. Asito heeft derhalve op goede gronden een loonsanctie mogen toepassen van 17 juli 2019 tot 2 september 2019, het moment dat werkneemster het trajectplan in het kader van re-integratie in het tweede spoor heeft ondertekend en een start kon worden gemaakt met de re-integratie in het tweede spoor. De door werkneemster overgelegde medische stukken van de huisarts en verschillende behandelaars leiden niet tot een ander oordeel. Anders dan werkneemster heeft aangevoerd, is het toepassen van een loonstop ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dat er voor Asito nadeel moet zijn ontstaan als gevolg van het niet naleven van de re-integratieverplichtingen door werkneemster is geen vereiste voor het rechtsgeldig toepassen van een loonstop. Daarbij komt dat het UWV pas aan het eind van het tweede ziektejaar bij de aanvraag van een WIA-uitkering door de werknemer zal toetsen of een bevredigend re-integratieresultaat is bereikt en zo niet, of de re-integratie-inspanningen van de werkgever voldoende zijn geweest.
Loon na 104 weken ziekte
Tussen partijen is niet in geschil dat de ziekte van werkneemster inmiddels meer dan 104 weken heeft geduurd. De loondoorbetalingsverplichting van Asito is derhalve inmiddels geëindigd. Gesteld noch gebleken is dat het UWV aan Asito een loonsanctie heeft opgelegd. De vordering van werkneemster tot doorbetaling van het salaris na de 104 weken zal dan ook worden afgewezen. Dat de arbeidsovereenkomst mogelijk nog bestaat, doet aan het voorgaande niets af.