Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 augustus 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:8158
Werkgever die welbewust bij betaling van het achterstallig loon de betaling van het vakantiegeld achterwege heeft gelaten, wordt veroordeeld tot betaling van het vakantiegeld inclusief de wettelijke verhoging.

Feiten

Werkneemster is sinds 18 november 2016 in dienst van werkgever. Werkneemster genoot zwangerschaps- en bevallingsverlof en heeft zich tegen het einde van haar verlof, op 3 februari 2020, ziek gemeld. Bij een eerder tussen partijen gewezen vonnis van 28 mei 2020 is werkgever veroordeeld tot betaling van 70% van het loon van werkneemster zolang zij ziek is en betaling van 100% van haar loon vanaf het moment waarop zij is hersteld, een en ander tot aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde is gekomen. In deze procedure vordert werkneemster werkgever te veroordelen om aan haar te betalen het loon over de periode van februari tot april 2020 en vanaf april 2020 tot aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, de vakantiebijslag over de periode vanaf april 2020 en de wettelijke rente en de verhoging. Werkgever verweert zich met het standpunt dat hij niet begrijpt waarom de dagvaardingsprocedure nog loopt, nu aan alle verplichtingen die in het vonnis van 28 mei 2020 zijn opgelegd, is voldaan.

Oordeel

Tijdens de mondelinge behandeling heeft werkneemster haar eis verminderd door de vorderingen die zien op doorbetaling van haar loon en de wettelijke rente hierover in te trekken. Ten aanzien van de vordering tot betaling van het vakantiegeld overweegt de kantonrechter dat niet gemotiveerd is betwist dat werkneemster het bedrag aan vakantietoeslag waar zij dit jaar recht op heeft nog niet uitbetaald heeft gekregen. Dit leidt tot de conclusie dat het gevorderde bedrag aan vakantietoeslag wordt toegewezen. De kantonrechter veroordeelt werkgever voorts tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het verschuldigde bedrag aan vakantietoeslag, nu werkneemster onbetwist heeft gesteld dat werkgever tot op heden niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Werkgever heeft in juni het achterstallige loon betaald en welbewust de betaling van het vakantiegeld achterwege gelaten. Ook de gevorderde rente over de toegewezen wettelijke verhoging, waartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd, wordt als op de wet gegrond toegewezen.