Naar boven ↑

Rechtspraak

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. en S.I.W. Steiger Isolatie Werk B.V./werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 6 oktober 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1764
Werknemer kan buitengerechtelijke kosten niet van verzekeraar vorderen, omdat verzekeraar sinds 2015 gemotiveerd heeft betwist dat de klachten van werknemer in causaal verband staan met het arbeidsongeval en werknemer dit verband onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.

Feiten

Werknemer was sinds 2005 in dienst van S.I.W. Steiger Isolatie Werk B.V. (hierna: SIW), laatstelijk in de functie van steigerbouwer. Van 7 augustus 2012 tot en met 11 augustus 2013 is werknemer arbeidsongeschikt geweest. Ook is hij in januari 2014 aan zijn arm geopereerd. Op 27 februari 2014, toen hij net weer een dag aan het werk was, is werknemer betrokken geraakt bij een ongeval op de arbeidsplaats. Inmiddels is het dienstverband met SIW beëindigd in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid van werknemer en ontvangt hij een WIA-uitkering. Bij brief van 9 oktober 2014 heeft mr. O. Emre SIW namens werknemer aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het voorval. Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (hierna: Nationale-Nederlanden) heeft namens SIW aansprakelijkheid voor het ontstaan van de schade erkend. Tussen partijen is discussie ontstaan over de door werknemer als gevolg van het ongeval geleden schade. Daarbij heeft Nationale-Nederlanden (in navolging van haar medisch adviseur) zich vanaf oktober 2015 op het standpunt gesteld dat er bij werknemer weliswaar meerdere fysieke problemen (pols, knie, rug) spelen, alsmede psychosociale problemen, maar dat deze problemen niet in causale relatie staan met het voorval. Nationale-Nederlanden heeft vooralsnog bij wijze van voorschot een bedrag van € 7.000 ter zake van de door werknemer geleden schade aan hem vergoed. In deze procedure vordert werknemer betaling door Nationale-Nederlanden van een bedrag van € 5.927,35 ter zake van de onbetaald gebleven facturen. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vorderingen van werknemer toegewezen. In hoger beroep vordert Nationale-Nederlanden onder meer de vernietiging van het bestreden vonnis.

Oordeel

Uit jurisprudentie volgt dat het feit dat werknemer als gevolg van het ongeval geen of nauwelijks schade heeft geleden, op zichzelf genomen niet in de weg hoeft te staan aan het vergoeden van buitengerechtelijke kosten. Beslissend is of het redelijke kosten zijn en deze in redelijkheid zijn gemaakt. Daar staat tegenover dat erkenning van aansprakelijkheid niet zonder meer betekent dat alle buitengerechtelijke kosten worden vergoed. Wederom is beslissend of het redelijke kosten zijn en deze in redelijkheid zijn gemaakt. Het hof is van oordeel dat werknemer de thans in geding zijnde kosten in redelijkheid niet van Nationale-Nederlanden kan vorderen. De reden hiervoor is dat Nationale-Nederlanden (sinds 2015) gemotiveerd heeft betwist dat de door werknemer genoemde klachten in causaal verband staan met het ongeval en dat werknemer in reactie daarop onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit verband er wel is. Werknemer heeft – gelet op het feit dat Nationale-Nederlanden reeds een bedrag van ruim € 7.000 heeft betaald – te weinig gesteld om aannemelijk te maken dat hij door toedoen van Nationale-Nederlanden in een situatie is gebracht die het hem welhaast onmogelijk maakt om de causaliteit met het ongeval en de omvang van de schade te laten vaststellen. Het lijkt er veeleer op dat werknemer wel in de positie is geweest om zijn schade te laten vaststellen, maar dat hij er – in de visie van Nationale-Nederlanden – tot op heden niet in is geslaagd voldoende bewijs bij elkaar te brengen van een causaal verband tussen de ervaren klachten en het ongeval. Nationale-Nederlanden heeft zich naar het oordeel van het hof daarom op het standpunt kunnen stellen de in geding zijnde facturen niet te vergoeden. Dit geldt temeer omdat werknemer de met voorbeelden onderbouwde stelling van Nationale-Nederlanden dat mr. Emre weinig efficiënt lijkt te werken en dat een substantieel deel van de gedeclareerde kosten samenhangen met rappels ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten, niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. Dit had wel van werknemer mogen worden verwacht, omdat het enkele feit dat aansprakelijkheid is erkend, geen vrijbrief oplevert voor het declareren van buitengerechtelijke kosten. Dit betekent dat de grieven van Nationale-Nederlanden in zoverre slagen. Het bestreden vonnis dient te worden vernietigd en de inleidende vorderingen van werknemer zullen worden afgewezen. De vordering tot terugbetaling van hetgeen Nationale-Nederlanden uit hoofde van het bestreden vonnis aan werknemer heeft betaald, zal worden toegewezen.