Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Schilders- en Onderhoudsbedrijf Aal B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 14 april 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:8227
Onterecht opgelegde loonstop door werkgever nu werknemer, door het niet tijdig aanleveren van de benodigde documenten door werkgever, een deugdelijke grond had voor het te laat aanvragen van zijn WIA-uitkering.

Feiten

Werknemer is op 2 november 2015 in dienst getreden bij Schilders- en Onderhoudsbedrijf Aal B.V. (hierna: Aal). Op 27 juni 2018 is werknemer wegens ziekte uitgevallen voor zijn werk. In een brief van 3 maart 2020 heeft het UWV werknemer erop gewezen dat hij vóór 7 april 2020 een WIA-uitkering moet aanvragen. In die brief wordt werknemer ook gevraagd te controleren of hij van zijn werkgever kopieën heeft ontvangen van alle documenten uit het re-integratieverslag. Als documenten ontbreken moet werknemer eerst kopieën daarvan opvragen vóórdat hij zijn WIA-uitkering aanvraagt. In een e-mail van 26 maart 2020 heeft werknemer aan Aal verzocht om toezending van onder andere het actueel oordeel van de bedrijfsarts en een plan van aanpak. De arbodienst van Aal, Perspectief Groep B.V. (hierna: Perspectief), heeft werknemer in een e-mail van 7 april 2020 bericht dat de bedrijfsarts het actueel oordeel inmiddels heeft gemaakt en dat dit vervolgens via het werknemersportal zal worden gedeeld. Verder is in deze e-mail onder meer opgemerkt dat het re-integratieverslag wordt samengesteld en dat werknemer met alle documenten bij elkaar de WIA-aanvraag kan doen. In een e-mail van 8 april 2020 deelt Perspectief aan werknemer mee dat er iets mis is met het systeem waardoor de nodige documenten voor het re-integratieverslag in de bijlage bij deze e-mail zijn gevoegd. Het actueel oordeel wordt apart met werknemer gedeeld, omdat dit informatie betreft die Perspectief niet mag zien. Werknemer heeft op 7 mei 2020 een WIA-uitkering aangevraagd. In een brief van 12 mei 2020 heeft het UWV aan werknemer meegedeeld dat het re-integratieverslag nog niet compleet is. Werknemer wordt er in die brief op gewezen dat hij zijn werkgever moet vragen om de genoemde documenten uiterlijk 19 mei 2020 online bij het UWV in te leveren. In een besluit van 12 mei 2020 heeft het UWV aan Aal meegedeeld dat de WIA-aanvraag uiterlijk 8 april 2020 ingediend had moeten zijn en dus te laat is gedaan, zodat de WIA-uitkering niet eerder kan ingaan dan 23 juli 2020. Ook is in dat besluit meegedeeld dat de periode waarover Aal loon tijdens ziekte moet doorbetalen aan werknemer wordt verlengd en dat die verlenging gelijk is aan de periode van de te late aanvraag. In een e-mail van 26 mei 2020 heeft Aal aan werknemer onder meer meegedeeld dat hij geen recht heeft op loondoorbetaling bij ziekte over de periode van 24 juni tot 23 juli, omdat hij – op grond van artikel 7:629 lid 3 sub f BW – zonder deugdelijke grond zijn WIA-aanvraag later heeft ingediend dan in artikel 64 lid 3 van de WIA is voorgeschreven. Werknemer vordert dat de kantonrechter Aal veroordeelt tot betaling van het overeengekomen loon van € 2.376,87 bruto over de periode 24 juni 2020 tot 23 juli 2020.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter is de weigering van Aal om loon te betalen over de periode van 24 juni 2020 tot 23 juli 2020 onterecht. Daarover wordt het volgende overwogen. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer een deugdelijke grond had voor het te laat aanvragen van zijn WIA-uitkering. Aal en Perspectief hebben niet tijdig de gegevens aangeleverd die werknemer nodig had voor de WIA-aanvraag. Uit de hiervoor genoemde e-mails van Perspectief blijkt dat het aan Perspectief te wijten is dat het actueel oordeel van de bedrijfsarts te laat is verstrekt aan het UWV en aan werknemer. Die nalatigheid van Perspectief als arbodienst moet worden toegerekend aan Aal, die deze arbodienst heeft ingeschakeld. Aal is en blijft ook zelf als werkgever verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van haar taken in het kader van arbeidsongeschiktheid en re-integratie. De vertraging in de aanvraag is dus ontstaan door nalatigheid van Perspectief en Aal. Anders dan Aal stelt, kon niet van werknemer worden verlangd dat hij de WIA-aanvraag al eerder zou indienen, ondanks het ontbreken van de benodigde gegevens. In de brief van 3 maart 2020 van het UWV staat immers dat een werknemer moet controleren of hij van zijn werkgever kopieën heeft ontvangen van alle documenten uit het re-integratieverslag en als documenten ontbreken, hij eerst kopieën daarvan moet opvragen vóórdat de WIA-uitkering wordt aangevraagd. Dit is wat werknemer heeft gedaan. Bovendien mocht werknemer ook vertrouwen op de mededeling van Perspectief in de e-mail van 7 april 2020, waarin staat dat werknemer met ‘alle documenten bij elkaar (...) dan de WIA-aanvraag’ kan doen. Uit die mededeling kon en mocht werknemer ook afleiden dat hij pas na ontvangst van de ontbrekende stukken de WIA-aanvraag kon doen. Ook deze mededeling van Perspectief moet worden toegerekend aan Aal en komt voor haar rekening en risico. De loonstop is dus onterecht, omdat werknemer een deugdelijke grond had voor de te late aanvraag van de WIA-uitkering. Werknemer heeft daarom recht op doorbetaling van loon tijdens ziekte over de periode van 24 juni 2020 tot 23 juli 2020.