Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/NautaDutilh N.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 13 oktober 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1969
Werkgeefster is tekortgeschoten in de nakoming van de pensioenovereenkomst door de pensioenregeling niet aan te passen, nadat was gewaarschuwd dat er een aanzienlijke kans bestond dat het verzekerd kapitaal onvoldoende zal blijken om het voor werknemer gewenste pensioen aan te kunnen kopen.

Feiten

Het hof blijft bij hetgeen het heeft overwogen en beslist in zijn tussenarrest van 24 september 2019. Het hof heeft in het tussenarrest partijen opgedragen om, bij voorkeur gezamenlijk en in onderling overleg, aan NN te verzoeken om een duidelijke en gemotiveerde berekening te maken van: (a) het bedrag aan ouderdomspensioen en partnerpensioen dat werknemer op zijn pensioendatum had kunnen aankopen, indien Nauta gebruik zou hebben gemaakt van de in 2009 door NN geboden mogelijkheid om het dreigende pensioentekort te repareren en de pensioenregeling aan te passen, en ook eventueel benodigde pensioenreparaties in de jaren daarna zou hebben verricht. Bij deze berekening dient (telkens) uitgegaan te worden van een reële rekenrente, rekening houdend met het in elk betreffend jaar geldende fiscale minimum, en moet de backservicebeperking in de pensioenovereenkomst 1981 buiten beschouwing worden gelaten; (b) het verschil tussen het bedrag dat volgt uit de berekening onder (a) en het bedrag dat werknemer feitelijk aan de aankoop van pensioen heeft kunnen besteden, waarbij geen rekening dient te worden gehouden met het extra pensioen dat werknemer heeft aangekocht door het inzetten van zijn winstuitkering, en (c) het bedrag dat als (eenmalige) koopsom alsnog moet worden gestort om het onder (b) berekende verschil te compenseren.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. NN heeft op verzoek van Nauta een berekening gemaakt die door werknemer wordt betwist. Het hof overweegt naar aanleiding van de berekening van NN in het licht van de door werknemer naar voren gebrachte bezwaren en het door Nauta ingenomen standpunt in de correspondentie het volgende. Daarbij stelt het hof voorop dat het, gelet op de e-mail van NN van 25 oktober 2019, begrijpt dat de berekening van NN is gebaseerd op een zelfstandige uitleg van NN van de vragen van het hof zoals deze zijn gesteld in het tweede tussenarrest.

De beantwoording van vraag (a)

NN merkt terecht op dat het hof in zijn vragen (a) en (b) uit lijkt te gaan van verschillende grootheden: aan te kopen pensioen en doelvermogen. NN is er in haar berekening van uitgegaan dat het hof vraagt naar het verschil in doelvermogen. Het hof kan zich hierin vinden, met dien verstande dat het het hof voorkomt dat het voor de beantwoording van vraag (c) tevens van belang is vast te stellen welk pensioen werknemer met de beide doelvermogens kon/had kunnen aankopen. Voor de beoordeling van de vorderingen van werknemer in deze procedure is van belang welk (aanvullend) bedrag thans nog door Nauta moet worden betaald om werknemer wat betreft de hoogte van zijn pensioenuitkeringen in de situatie te brengen waarin hij zou zijn geweest als Nauta in 2009 gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om het dreigende pensioentekort te repareren. Het bezwaar van werknemer dat NN in haar berekening ten onrechte het doelvermogen heeft herrekend op basis van 4,4%, wordt verworpen. 

De beantwoording van vraag (b)

NN stelt dat de vermelding van de winstuitkering bij de weergave van het aanvullend benodigde doelvermogen voor polisnr. 7833732 geen invloed heeft gehad op de verdere berekening. Het hof kan zich daarin vinden, aangezien door NN (nog) geen berekening is gemaakt van het bedrag aan ouderdoms- en partnerpensioen dat werknemer met de beide doelvermogens had kunnen aankopen. Bij die berekening dient uit te worden gegaan van het bereikte/te bereiken doelvermogen zonder rekening te houden met de winstuitkering.

De beantwoording van vraag (c)

Uit de berekening van NN van 18 oktober 2019 kan het hof niet afleiden welk bedrag op dit moment als (eenmalige) koopsom moet worden gestort om het onder (b) berekende verschil tussen de beide doelvermogens te compenseren. Het hof zal partijen daarom verzoeken om deze vraag alsnog aan NN voor te leggen op de wijze zoals vermeld aan het slot van dit arrest.

Vervolg procedure

Nauta heeft bij haar akte nog een deskundigheidsverklaring overgelegd van drs. X., die concludeert dat de berekening van NN van het doelvermogen te hoog is. Werknemer heeft hierop nog niet kunnen reageren. Het hof acht het zinvol om ook NN in de gelegenheid te stellen om van deze verklaring kennis te nemen en hierop te reageren. Het hof zal eerst werknemer hiertoe in de gelegenheid stellen en houdt iedere verdere beslissing aan.