Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 13 oktober 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1847
Feiten
Werknemer is op 25 juni 2018 voor bepaalde tijd voor de duur van één jaar bij Multi Construct in dienst getreden in de functie van montagemedewerker. In het kader van deze arbeidsovereenkomst heeft Multi Construct aan werknemer een bedrijfsauto ter beschikking gesteld. Bij brief van 14 juni 2019 heeft Multi Construct werknemer meegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet verlengd zal worden en zijn arbeidsovereenkomst derhalve op 24 juni 2019 zou eindigen. Op 17 juni 2019 heeft op het kantoor van Multi Construct een gesprek plaatsgevonden over de financiële afwikkeling van het dienstverband. Partijen zijn hierover tot overeenstemming gekomen. De door Multi Construct te betalen bedragen zijn daarbij met de hand op de brief van 14 juni 2019 genoteerd, waarna werknemer deze brief “voor ontvangst en akkoord” heeft ondertekend. Aansluitend op dit gesprek heeft werknemer de aan hem ter beschikking gestelde bedrijfsauto ingeleverd. Bij brief van 25 juni 2019 heeft werknemer zich op het standpunt gesteld dat Multi Construct heeft verzuimd hem tijdig schriftelijk te informeren over het wel of niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft zich gewend tot de kantonrechter met het verzoek Multi Construct te veroordelen tot betaling van een aanzegvergoeding ter hoogte van € 959,76 bruto. In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de vordering van werknemer afgewezen en de vordering van Multi Construct toegewezen. Werknemer is hiervan in hoger beroep gekomen.
Oordeel
Grief 1: aanzegvergoeding
Werknemer stelt dat de brief hem niet heeft bereikt, zodat de bewijslast dat de brief hem wél heeft bereikt op Multi Construct rust. Volgens Multi Construct heeft naar aanleiding van de brief reeds enkele dagen later, op dinsdag 14 mei 2019, een gesprek op haar kantoor plaatsgevonden tussen werknemer en de leidinggevende van werknemer. Dit gesprek vond volgens Multi Construct plaats op verzoek van werknemer, omdat hij niet begreep waarom zijn dienstverband niet werd verlengd. Multi Construct heeft dit een en ander onderbouwd met een uitdraai van de ritregistratie van de door werknemer gebruikte bedrijfsauto, een screenshot van de digitale agenda van werkgever, een (niet ondertekende) schriftelijke verklaring op naam van leidinggevende en een (wel ondertekende) schriftelijke verklaring op naam van de secretaresse van werkgever. Het hof is van oordeel dat met deze schriftelijke stukken het bewijs dat werknemer de brief van 11 mei 2019 heeft ontvangen, niet is geleverd. Het hof neemt bij wege van veronderstelling aan dat Multi Construct in mei 2019 met werknemer heeft gesproken over het voornemen het contract niet te verlengen. Die omstandigheid is op zichzelf echter onvoldoende om aan te nemen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat werknemer een beroep doet op artikel 7:668 leden 1 en 3 BW, gegeven het feit dat de schriftelijkheidseis nu eenmaal in het leven is geroepen om geen misverstand te laten bestaan over het al dan niet voortzetten van de arbeidsrelatie. De overige door Multi Construct aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen ander oordeel, reeds omdat deze door werknemer betwist zijn.
Grief 2: aansprakelijkheid werknemer voor schade aan de bedrijfsauto
Het hof is van oordeel dat niet vaststaat dat werknemer de lak van de bij hem in gebruik zijnde bedrijfsauto heeft beschadigd door in strijd met uitdrukkelijk gegeven instructies met een schuurspons stickers te verwijderen. Het hof acht daarbij onder meer van belang dat op de door Multi Construct als productie overgelegde foto’s van de lakschade niet valt te zien dat dit de door werknemer gebruikte bedrijfsauto betreft. Het hof wijst erop dat Multi Construct zelf heeft verklaard dat zij in totaal 16 of 17 bedrijfsauto’s in gebruik heeft en dat zij pas een maand na het einde van het dienstverband voor het eerst melding heeft gemaakt van de schade. Verder houdt de (niet ondertekende) verklaring op naam van leidinggevende niet meer in dan de veronderstelling dat deze schade door werknemer met een schuurspons is veroorzaakt. In dit verband acht het hof ook van belang dat werknemer heeft betwist dat hij zich als enige heeft beziggehouden met het verwijderen van de stickers op zijn auto. Alles bij elkaar acht het hof het bewijs dat Multi Construct heeft overgelegd, onvoldoende om te kunnen vaststellen dat werknemer de lak van zijn bedrijfsauto opzettelijk of bewust roekeloos heeft beschadigd. De conclusie is dat de grieven slagen. De beschikking van de kantonrechter zal worden vernietigd. Het verzoek van werknemer zal worden toegewezen en het tegenverzoek van Multi Construct zal worden afgewezen.