Naar boven ↑

Rechtspraak

Smits Kraan- en Sleepbedrijf B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 oktober 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:5155
Werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van gemaakte studiekosten, omdat hij de arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd. Vordering wordt wel gematigd, omdat werkgeefster baat bij de opleiding heeft gehad.

Feiten

Werknemer is op 5 december 2018 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Smits Kraan- en Sleepbedrijf BV (hierna: ‘Smits’). Zijn brutosalaris bedroeg € 2.219 per maand, exclusief vakantietoeslag. Daarnaast zijn partijen een onregelmatigheidstoeslag van € 300 bruto per maand overeengekomen. Op 11 januari 2019 hebben partijen een studieovereenkomst gesloten. Het betrof de opleiding lichte berging van 21 januari 2019 tot en met 25 januari 2019, inclusief IM REVI, omgaan met agressie en pechhulp. Op 6 februari 2019 hebben partijen een studieovereenkomst gesloten met betrekking tot de vergoeding door Smits van de kosten met betrekking tot rijbewijs C (vrachtwagen), dat werknemer bij zijn vorige werkgever heeft behaald. Partijen zijn ook een studiekostenbeding overeengekomen. Op 26 juni 2019 is werknemer arbeidsongeschikt geworden. Enige tijd later heeft hij zelf zijn arbeidsovereenkomst tegen 1 oktober 2019 opgezegd. Smits vordert thans volledige betaling van de door haar vergoede studiekosten ad € 3.319,54 en € 4.579,87. Werknemer voert ten verwere aan dat hij, gelet op de redenen die voor hem aanleiding waren de arbeidsovereenkomst te beëindigen, geen vergoeding van studiekosten voor de cursus lichte berging is verschuldigd. Ter zitting heeft hij wél erkend een vergoeding voor de rijbewijskosten te zijn verschuldigd.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de Muller/Van Opzeeland-arresten volgt dat het systeem van de wet zich niet zonder meer verzet tegen een (terug)betalingsregeling ten aanzien van studiekosten (in enge zin) en loon, mits deze regeling is voorzien van een tijdspanne gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben bij door de werknemer tijdens de studiewerkzaamheden opgedane kennis. Ook moet de verplichting tot terugbetaling worden verminderd naar evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de genoemde tijdspanne. Daarnaast moet de consequentie van het terugbetalen duidelijk aan de werknemer uiteengezet zijn, terwijl het inroepen van een verplichting tot terugbetaling onder omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de werkgever het initiatief tot beëindiging van de arbeidsrelatie heeft genomen, in strijd kan komen met de eisen van redelijkheid en billijkheid (zie NJ 1983/795 en NJ 1987/796). Werknemer heeft, nadat hij zich heeft ziekgemeld en op arbeidstherapeutische basis enkele werkzaamheden verrichtte, de arbeidsovereenkomst opgezegd. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter een beëindiging van het dienstverband om redenen die aan werknemer zijn toe te rekenen, in de zin van de studiekostenregeling. Ook is komen vast te staan dat het werknemer bij het aangaan van de studiekostenregeling voldoende duidelijk was wat de inhoud en eventuele gevolgen hiervan zijn. Werknemer heeft immers mede daarom zijn verzet tegen terugbetaling van de rijbewijskosten ter zitting laten varen. Daarom moet werknemer de door Smits betaalde studiekosten in beginsel terugbetalen. Wel ziet de kantonrechter aanleiding tot aanpassing van de gevolgen van de studiekostenbedingen, omdat Smits gedurende de periode dat werknemer in dienst is geweest baat heeft gehad van het resultaat van de opleidingen. Ook weegt hierbij mee dat werknemer werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en partijen een staffelperiode zijn overeengekomen die de duur van de arbeidsovereenkomst overtrof. Geoordeeld wordt dat Smits vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst baat heeft gehad van het vrachtwagenrijbewijs van werknemer. De totale periode van terugbetaling bedraagt in dit geval zestig maanden. Omdat werknemer tien maanden in dienst is geweest, wordt 10/60 in mindering gebracht, hetgeen resulteert in een betalingsverplichting van € 2.766,28. Eenzelfde benadering kiest de kantonrechter voor de kosten van de lichte berging-opleiding. Deze is eind januari 2019 afgerond, zodat Smits acht maanden hiervan baat heeft gehad. Omdat de staffel twee jaar bedraagt, wordt op de vordering 8/24 in mindering gebracht, hetgeen resulteert in een betalingsverplichting van € 3.053,24.