Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Asta Leisure Group B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 14 oktober 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:11628
Werkgever aansprakelijk voor schade die werknemer lijdt als gevolg van uitglijden over plaat in geïmproviseerde keuken. Keuken voldeed niet aan veiligheidseisen.

Feiten

Op 17 november 2012 is werknemer in dienst getreden bij Asta Leisure Group B.V. (hierna: Asta). Werknemer heeft op 9 februari 2017 voor de eerste keer als invaller gewerkt op de locatie van Asta te Scheveningen. In het casino werden door het personeel snacks bereid ten behoeve van de gasten. Op 11 februari 2017 is werknemer om 12:00 uur op het werk verschenen op de locatie van Asta in het centrum. Werknemer heeft zich iets voor 19.00 uur ziek gemeld. Dezelfde avond heeft werknemer zich bij de huisartsenpost gemeld. Aldaar heeft werknemer verklaard dat hij in de nacht van 9 februari 2017 tijdens het werk is gevallen door een plastic plaat die op de vloer was gelegd voor de friteuse in de ruimte waar de snacks werden bereid. Partijen twisten over de vraag of Asta aansprakelijk is voor de schade die werknemer heeft geleden als gevolg van het bedrijfsongeval.

Oordeel

Voldoende staat vast dat werknemer een ongeval is overkomen tijdens zijn nachtdienst op 9 februari 2017 en dat hij is uitgegleden over een plastic plaat en daardoor letsel heeft opgelopen. De collega van werknemer heeft hem de volgende dag geappt. Uit deze tekst blijkt voldoende dat zich tijdens het werk op 9 februari 2017 iets heeft voorgedaan waardoor werknemer in ieder geval pijn had. Daarmee staat vast dat de collega van werknemer wist dat werknemer noemenswaardig letsel heeft opgelopen tijdens het werk. Voorts staat vast dat werknemer zich op 11 februari 2017 onder medische behandeling heeft laten stellen. Bovendien heeft de leidinggevende van werknemer op 14 februari 2017 een ziek- en herstelmeldingsformulier toegestuurd dat hij heeft opgemaakt. Op dat formulier heeft de leidinggevende bij de vraag: “Het verzuim heeft relatie tot het werk”: “ja” ingevuld, bij “Het verzuim heeft relatie tot privé”: “nee” en bij “Ongeval”: “nee”. Uit niets blijkt dat namens de werkgever kenbaar is gemaakt dat er werd getwijfeld over het bestaan en/of de toedracht van het ongeval. Ook is Asta na verzoek van werknemer overgegaan tot vergoeding van medische kosten onder de mededeling: “Vergoeding ziektekosten i.v.m. bedrijfsongeval”. Werknemer heeft bovendien op 9 februari 2017 filmbeelden gemaakt van de situatie. De plaat op dit filmpje ziet er heel anders uit dan de plaat waarvan Asta een foto in het geding heeft gebracht. Die foto is niet op 9 februari 2017 gemaakt. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de plaat op het filmpje de plaat is die ten tijde van het ongeval op de vloer lag en niet de veel dikkere en ruwe plaat die op de door Asta in het geding gebrachte foto zichtbaar is. De kantonrechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Asta om aan aansprakelijkheid te ontkomen een foto heeft gemaakt van een andere plaat dan de plaat die op 9 februari 2017 voor de friteuse heeft gelegen. De kantonrechter vindt het onder de gegeven omstandigheden kwalijk dat Asta – op het moment dat duidelijk wordt dat het herstel minder voorspoedig verloopt dan verwacht – plotseling betwist dat sprake is van een arbeidsongeval. Dat is geen goed werkgeverschap. Vervolgens is de vraag aan de orde of Asta haar zorgplicht heeft geschonden. Die vraag laat zich eenvoudig beantwoorden. De werkplek voldeed volstrekt niet aan de daaraan te stellen veiligheidseisen en de geldende Arbo-richtlijnen: er is in een geïmproviseerde keuken een losse plastic plaat gelegd op een vloer die al niet voldoet aan de daaraan te stellen Arbo-eisen. Bovendien erkent Asta dat er frituurvet is gemorst op de vloer en dat daarom de plaat over die gemorste olie is geplaatst. Als dat al is gedaan, is daarmee een situatie in het leven geroepen waarbij de plastic plaat op een door de frituurolie zeer gladde vloer is gelegd. Het verbaast dan niet dat die plastic plaat is weggegleden toen werknemer daar overheen wilde lopen. Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een zeer ernstige schending van de zorgplicht door Asta. Dat Asta niet beschikte over een horecavergunning, zodat op 9 februari 2017 helemaal geen snacks mochten worden bereid, maakt dit alles nog kwalijker. Asta is dan ook aansprakelijk voor de door werknemer ten gevolge van het bedrijfsongeval geleden schade. De kantonrechter zal Asta dan ook veroordelen tot vergoeding van de door werknemer geleden schade, op te maken bij staat.