Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever & werkgever 2
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 november 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:10352
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en voor alle weren genomen en wordt toegewezen.

Feiten

Werknemer heeft bij wijze van voorlopige voorziening (een voorschot) op zijn loon gevorderd. In de hoofdzaak vordert werknemer onder andere achterstallig loon. Werknemer legt hieraan ten grondslag dat werkgever in januari 2020 is gestopt met de betaling van loon en zich op het standpunt stelt dat sprake is van een overgang van onderneming naar werkgever 2. Werkgever 2 betaalt het salaris van werknemer echter evenmin. Werkgever 2 heeft werkgever in vrijwaring opgeroepen. Volgens werkgever 2 heeft hij contact gehad met werkgever, omdat werkgever zijn transportactiviteiten zou beëindigen. Met introductie van werkgever heeft werkgever 2 klachten van werkgever benaderd en mochten enkele werknemers van werkgever bij werkgever 2 solliciteren. Volgens werkgever 2 zou werkgever kosten die werkgever 2 in het kader van vorderingen van derden zou maken voor zijn rekening nemen. Deze afspraak dient nagekomen te worden. Bovendien handelt werkgever onrechtmatig door het standpunt in te nemen dat sprake is van overgang van onderneming.

Oordeel

De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en voor alle weren genomen. Werkgever 2 heeft gesteld dat is afgesproken dat werkgever, werkgever 2 zou vrijwaren tegen aanspraken van derden waaronder werknemers van werkgever, zodat werkgever 2 de nadelige gevolgen van een eventueel verlies in de hoofdzaak kan afwentelen op werkgever. Daarmee is aan de voorwaarde van artikel 210 Rv voldaan. In de hoofdzaak hebben werkgever en werkgever 2 nog niet geantwoord. Daartoe wordt hun gelegenheid geboden. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.