Naar boven ↑

Rechtspraak

schuldenaar
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 10 november 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:8546
Schuldenaar heeft zich niet gehouden aan de sollicitatie- en arbeidsplicht hetgeen hem niet kan worden verweten. Het niet nakomen van de informatieplicht wordt hem wel verweten, op basis waarvan de schuldsaneringsregeling wordt beƫindigd.

Feiten

De bewindvoerder van de schuldenaar heeft op 16 juli 2020 een verzoek ingediend tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder de zogenoemde schone lei. Naar het oordeel van de bewindvoerder is de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onvoldoende nagekomen. In het verzoek tot tussentijdse beëindiging staat dat schuldenaar niet werkt en ook niet solliciteert, een forse boedelachterstand heeft, niet dan wel onvoldoende informeert en regelmatig boetes krijgt in relatie tot de auto. Schuldenaar heeft in de sportschool van zijn zoon achter de bar gestaan. De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat voor de uren dat schuldenaar achter de bar stond, hij arbeidsgeschikt is. Dit betekent dat schuldenaar voor 15 tot 20 uur per week dient te werken. Wanneer de schuldenaar niet werkt dan wel niet aan voornoemd aantal te werken uren per week komt, dient hij te solliciteren. De schuldenaar heeft aangevoerd dat hij cognitief zeer beperkt is en dat het maar zeer de vraag is of hij kan werken. De binnen de sportschool verrichte inspanningen, die met name bestonden uit het maken van een kop koffie voor de bezoekers, waren zeer beperkt en konden enkel door de schuldenaar worden verricht juist omdat hij de vader van de eigenaar van de sportschool is. De bewindvoerder heeft deze beperkte cognitieve vaardigheden van de schuldenaar onderkend. Hij stelt echter ook dat hij geen aanleiding ziet voor een medische keuring. Partijen voeren voorts aan dat het zeer discutabel is of schuldenaar in staat is om te solliciteren op de wijze waarop dit binnen de WSNP vereist is. Behalve de cognitieve beperkingen van de schuldenaar, heeft schuldenaar grote moeite met het begrijpen en spreken van de Nederlandse taal. Lezen en schrijven is eveneens problematisch. Ook kan schuldenaar niet overweg met een computer.

Oordeel

De rechtbank overweegt dat zij zich ervan bewust is dat op grond van hetgeen door partijen naar voren is gebracht, de rechter-commissaris mogelijkerwijs tot het oordeel zou kunnen komen dat schuldenaar niet in staat is om te werken en zij betreurt dat de aanhouding van deze zitting niet benut is om nogmaals een verzoek tot vrijstelling aan de rechter-commissaris voor te leggen. Los van de vraag of schuldenaar gehouden zou moeten zijn om te werken en te solliciteren wanneer hij geen werk heeft, laat schuldenaar – hoewel hij hier keer op keer op is gewezen – na te informeren. Zo is de schuldenaar verhuisd zonder de bewindvoerder hierover te informeren. De rechtbank is van mening dat de schuldenaar het probleem hiervan niet inziet. Ook niet, nadat aan hem is uitgelegd dat zijn handelen niet in het belang van zijn schuldeisers is. De huur van de nieuwe woning is immers € 70 per maand hoger en door te handelen als hij gedaan heeft, is er naar alle waarschijnlijkheid een verhuisvergoeding misgelopen die aan de boedel had moeten toekomen. Het gegeven dat schuldenaar niet kan of wil begrijpen dat het schuldsaneringstraject ervoor bedoeld is om daar waar mogelijk gelden te sparen voor de schuldeisers van schuldenaar en daar dan ook niet naar handelt, hij niet aan de informatieplicht voldoet en daar ook niet mee geholpen wil worden, hij met enige regelmaat nieuwe schulden laat ontstaan en het bestaan van een boedelachterstand die niet binnen de reguliere looptijd van de schuldsanering kan worden ingelopen, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het verzoek tot tussentijdse beëindiging dient te worden toegewezen. Dit betekent dat de schuldsaneringsregeling zonder de zogenoemde schone lei wordt beëindigd.

  • Rechters: K.J.H. Hoofs
  • Wetsartikelen:
  • Onderwerpen: Overige
  • Trefwoorden: schuldenaar, schuldsaneringsregeling, bewindvoerder, informatieplicht en sollicitatieplicht